(NUUS staat open voor lezersbrieven. De publicatie van een lezersbrief betekent niet altijd dat de NUUS-redactie ook akkoord gaat met de inhoud ervan, red.)
Wie ooit het Beislovenpark in Zottegem bezocht, weet het: schoonheid zit vanbinnen. Gelukkig maar, want aan de buitenkant begint het stilaan op een vergeten decor uit een post-apocalyptische sprookjesfilm te lijken. Een riviertje slingert zich schilderachtig door het park, maar het lijkt wel alsof de romantiek er halverwege verdronken is.
Toen het educatief centrum twee jaar geleden eindelijk open ging na een bescheiden winterslaap van enkele decennia), dachten we: “Ha! De wederopstanding is nabij.” Maar de realiteit blijkt toch iets minder sprookjesachtig.
De houten vlonders – vermoedelijk ooit bedoeld om op te wandelen – doen vandaag vooral dienst als hindernissenparcours voor avontuurlijke wandelaars met een goede hospitalisatieverzekering. En de waterpomp? Een briljant idee in theorie, ware het niet dat je er vooral lucht mee pompt. Misschien een metafoor voor het beleid?
En natuurlijk zou het plaatje niet compleet zijn zonder het charmante tapijt van zwerfvuil dat zich her en der door het park verspreid. Blikjes, plastic en ander afval zorgen voor die extra toets – laten we zeggen – “stedelijke ruigheid”.
Het beheren van een stad is geen sinecure. Er zijn lintjes door te knippen, beleidsnota’s te herschrijven en selfies te nemen. Maar zou het mogelijk zijn, beste stadsbestuur, om af en toe ook wat liefde te tonen voor wat er al is?
Een vleugje structureel onderhoud zou het park – en de Zottegemnaar – ongelooflijk deugd doen. En wie weet, misschien werkt die pomp dan eindelijk eens. Voor water, welteverstaan.
Naam auteur bekend bij de redactie









