Vrijdag vonnis in zware zedenzaak: ‘meester Thijs’ riskeert 20 jaar

Oudenaarde/Onkerzele. Morgen spreekt de rechtbank van Oudenaarde zich uit in de zedenzaak tegen Thijs D.W. (39), de kleutermeester die vervolgd wordt voor een reeks bijzonder zware misdrijven op zeer jonge kinderen. Het parket vordert tot 20 jaar gevangenisstraf. Naast een lange celstraf overweegt de rechtbank ook bijkomende maatregelen zoals een langdurig beroepsverbod met minderjarigen, ontzetting uit bepaalde rechten, strikte contact- en plaatsverboden, behandelings- en opvolgingsverplichtingen en forse schadevergoedingen aan de burgerlijke partijen.

Volgens het dossier strekte de feitenreeks zich uit over vele jaren en op meerdere scholen. De aanklacht omvat verkrachting en aanranding van minderjarigen, aantasting van de seksuele integriteit, en het vervaardigen en verspreiden van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik, met verzwarende omstandigheden door de positie van de verdachte als leerkracht en de zeer jonge leeftijd van de slachtoffers. Meer dan 40 gezinnen, de betrokken scholengroep en Child Focus traden op als burgerlijke partij.

Onderzoek
Het onderzoek raakte in een stroomversnelling na een Amerikaanse tip: op het dark web werd videomateriaal onderschept dat naar een school in Onkerzele leidde. Via Europol en klassiek speurwerk (waaronder het herkennen van een opvallende handtatoeage) kwam de federale politie uit bij de verdachte. Bij huiszoeking werden duizenden bestanden aangetroffen, inclusief zelfgemaakte opnames. Op dragers doken daarnaast oudere beelden op van eerdere werkplekken; een deel van het materiaal bleek te circuleren in netwerken van kindermisbruik. Specialisten waarschuwden dat de psychische schade bij de betrokken kinderen zich ook jaren later nog kan manifesteren.

Wat staat morgen op het spel?
Met de vordering tot 20 jaar cel vraagt het parket een maximumreactie binnen het wettelijk kader, gemotiveerd door: de duur en systematiek van de feiten, het aantal slachtoffers en hun erg jonge leeftijd, het machtsmisbruik binnen een onderwijscontext, en de verspreiding van de beelden, waardoor de impact blijvend is.

De rechtbank kan nog extra beschermende maatregelen opleggen die moeten verhinderen dat de veroordeelde nog in de buurt van minderjarigen komt of opnieuw aan gelijkaardige risico’s wordt blootgesteld. Voor de uitvoering kan een lange periode zonder reële mogelijkheid tot vervroegde invrijheidstelling volgen. De burgerlijke partijen rekenen bovendien op substantiële morele en materiële schadevergoedingen.

Voor de vele betrokkenen is het verdict meer dan een juridische uitkomst. Het is het publieke oordeel over wat in de Vlaamse onderwijssector als één van de zwaarste zedenzaken van de voorbije jaren geldt, en het signaal dat misbruik binnen een vertrouwensrelatie met de hoogste veroordeling wordt bestraft.

Julien Borremans