Dertig jaar Spelleke van Lierde “Achterste veuren”

2026 is een bijzonder jaar voor ’t Spelleke van Lierde. Voor de dertigste keer al trok deze unieke eindejaarsconference vijf opeenvolgende dagen een volle zaal enthousiaste toeschouwers naar OC De Lier. Wat ooit kleinschalig begon, groeide uit tot een vaste waarde in het Lierdse culturele leven.

Zoals de traditie het wil, wierp ’t Spelleke ook dit jubileumjaar een satirische blik op de Lierdse actualiteit van het voorbije jaar. Met een scherpe tong, veel herkenning en een flinke dosis humor werd het lokale gebeuren weer vakkundig gefileerd, helemaal in het eigen dialect.

Ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan verschenen dit jaar alle 36 stangpoppen op het toneel. Deze poppen, mini-alter ego’s van bestaande en herkenbare figuren, zijn doorheen de jaren uitgegroeid tot het handelsmerk van de voorstelling. De vertrouwde volksfiguren Pelagie, Tieste en Fluite waren uiteraard van de partij, al werden zij dit keer wat naar de achtergrond gedrukt door een reeks wannabe-ceremoniemeesters die nadrukkelijk hun moment opeisten.

Van Gavere naar Lierde en achterste veuren.

De geschiedenis van ’t Spelleke van Lierde gaat terug naar apotheker Wilfried Schaubroeck, die in Gavere al actief was in het poppentheater. Hij was het die dertig jaar geleden de basis legde en de eerste vijf jaar instond voor de satirische teksten. Vijf jaar later kreeg hij het gezelschap van Marc Maroye, die zich eveneens begon te buigen over de kleine en grote Lierdse verhalen. Toen Schaubroeck met pensioen ging en terug naar Gavere verhuisde, bleef Maroye als enige schrijver over.

“Al die jaren is ’t Spelleke van Lierde een stevig uitgebalanceerd poppenspel voor grote mensen gebleven,” klinkt het. “Een eindejaarsconference die met satire terugblikt op wat Lierde het afgelopen jaar bezighield.”

Mee met zijn tijd.

Wat begon met drie vaste stangpoppen – Tieste, Fluite en Pelagie – groeide doorheen de jaren uit tot een rijke verzameling van 36 figuren, waarvan er naargelang de actualiteit telkens een selectie het podium betreedt. Lokale politici, maar ook de pastoor, de apotheker, de dokter en andere volksfiguren kregen een eigen pop en een eigen stem. Doorheen de jaren evolueerde ook de vorm van de voorstelling. Waar het vroeger uitsluitend poppenspel was met een charmezanger, deed de techniek de voorbije jaren nadrukkelijk haar intrede. Het spel wordt nu afgewisseld met projecties van foto’s en filmpjes, en de charmezanger maakte plaats voor een muzikaal vader en zoonduo.

Muziek blijft daarbij een cruciale rol spelen. De liedjesteksten zijn een essentieel onderdeel van de voorstelling. Steevast wordt gekozen voor populaire meezingers, die voorzien worden van scherpe, treffende en vaak hilarische teksten, recht uit het Lierdse leven gegrepen.

Titanenwerk.

Alle 36 poppen een degelijk, vaak actualiteitsgerelateerd “parlez” laten doen, is geen sinecure. Voor schrijver Marc Maroye moet het dit jubileumjaar dan ook een waar titanenwerk geweest zijn. Maar het resultaat mocht er zijn: vijf avonden lang lachen, herkenning en applaus, en een publiek dat ’t Spelleke van Lierde duidelijk nog lang niet beu is.

Dertig jaar na datum bewijst ’t Spelleke dat lokale satire springlevend is. Achterste veuren, maar altijd recht in de roos.