Woensdag werd de symbolische eerste steen gelegd van de nieuwbouw van het Onze-Lieve-Vrouwcollege campus Bevegem. Er komt een klassenvleugel in en een schoolrestaurant.
Voorafgaand aan de eerstesteenlegging werd de steen gezegend tijdens een eucharistieviering die werd voorgedragen door E.H Hans Vandenholen. Hij was vroeger de deken van Zottegem (nu van Aalst) en is de voorzitter van de Raad van Bestuur van de scholengroep van het Onze-Lieve-Vrouwcollege. De eucharistievering werd bijgewoond door alle eerstejaars van de campussen Bevegem, Centrum en Grotenberge en de zesdejaars van campus Bevegem.
“De nieuwbouw in Bevegem kadert in een bredere toekomstgerichte visie: een hernieuwde campusstructuur vanaf 1 september 2027, met een campus voor de eerste en tweede graad in Bevegem en een campus voor de derde graad in Grotenberge. Zo ontstaat er ruimte om pedagogisch sterker te organiseren en optimaal in te spelen op de noden van leerlingen in elke fase van hun schoolloopbaan”, licht Katlien Cousy toe namens het Onze-Lieve-Vrouwcollege. “Alle studierichtingen die vandaag aangeboden worden, blijven behouden. Er wordt niet ingeboet aan diversiteit of inhoud. Elke studierichting behoudt haar eigenheid, haar niveau en haar pedagogische aanpak. Tegelijk is er evenveel aandacht voor richtingen en leertrajecten waar kleinere groepen, extra structuur en intensieve begeleiding nodig zijn. In het bijzonder in de eerste graad wordt sterk ingezet op homogene, kleinere klasgroepen, met een duidelijke structuur en nabijheid van begeleiding. De eerste graad is een verkennende en funderende fase, waarin leerlingen hun talenten ontdekken en hun leerweg vormgeven. Ook in de tweede en derde graad blijft dit principe overeind: leerlingen volgen een traject binnen de doorstroomfinaliteit, de dubbele finaliteit of de arbeidsmarktfinaliteit, steeds afgestemd op hun talenten en toekomstplannen. We kiezen daarbij bewust voor nabijheid, geborgenheid en persoonlijk contact voor leerlingen. In het bijzonder voor leerlingen van het eerste en tweede jaar wordt sterk ingezet op een eigen, herkenbare omgeving. Door deze jongste leerlingen zoveel mogelijk een aparte plaats te geven, wordt de warmte en nabijheid behouden die zij vaak kennen uit het lager onderwijs. De overgang naar het secundair onderwijs wordt op die manier een veilige stap, met ruimte voor groei, vertrouwen en zorg op maat.”











