Geraardsbergen. Voor de tweede keer in enkele dagen tijd zorgen Arabische opschriften in Geraardsbergen voor hevige reacties op sociale media. Wat op het eerste gezicht lokale incidenten lijken, legt een bredere gevoeligheid bloot: de groeiende onzekerheid over integratie, migratie, identiteit en de import van buitenlandse conflicten in de Denderstreek.
Op 3 oktober wordt in het Koetshuis een Palestijns solidariteitsbuffet georganiseerd door Steungroep Palestina. Volgens de beschikbare informatie zouden de opbrengsten naar erkende hulporganisaties gaan die medische hulp bieden in Gaza, of naar andere humanitaire projecten. Zulke lokale steungroepen bestaan vaak uit vrijwilligers die filmvertoningen, informatieavonden, debatten en benefietactiviteiten organiseren.
Weinig geruststellend
Op zich is daar niets onwettigs aan. Solidariteitsacties vallen onder de vrijheid van vereniging en meningsuiting. Toch blijven er terechte vragen. Wie zit precies achter Steungroep Palestina? Welke personen of verenigingen organiseren dit buffet? Naar welke hulporganisaties gaat de opbrengst concreet? Wordt daar achteraf publiek verantwoording over afgelegd? En waarom staat er op de affiche geen duidelijke
verantwoordelijke uitgever?
Ook de Arabische opschriften op de affiche werken in de huidige context niet bepaald geruststellend, ook al kunnen ze perfect onschuldig zijn. Zeker wanneer onduidelijk blijft wie organiseert en waar het geld precies naartoe gaat, mag daarover openheid worden gevraagd.
Daarbij komt de vraag welke rol de stad Geraardsbergen speelt. Als het stadsbestuur het Koetshuis ter beschikking stelt, mag het zich niet beperken tot louter faciliteren zonder elementaire vragen te stellen. Wie gebruikmaakt van stedelijke infrastructuur, moet bereid zijn transparantie te bieden over de organisatie, de doelstelling en de bestemming van eventuele opbrengsten. Dat is niet meer dan behoorlijk bestuur.
Qamar Alsham Market
De tweede rel ontstond rond Qamar Alsham Market, een handelszaak waar een 36-jarige ondernemer onder meer halalvlees, kaas, olijven, olie, kruiden en droge voeding uit verschillende landen verkoopt. Kort na de opening leidde een Arabischtalig opschrift boven de winkel tot een golf van negatieve reacties op sociale media. De uitbater zegt dat hij werd bedreigd en verbaal werd aangevallen. Zelf gaf hij toe dat het bord met Arabische tekst wellicht niet zijn beste zet was. Hij kondigde aan de opschriften te zullen vervangen door Nederlandstalige en Engelstalige vermeldingen. Het is afwachten of dat ook effectief gebeurt.
Ook hier moeten de feiten juist worden benoemd. De Arabische tekst bevatte geen religieuze boodschap, geen koranverzen en geen politieke slogans. Volgens de vertaling ging het om een gewone commerciële mededeling: “Voor vlees, kazen en voedingsmiddelen.” Ook juridisch lijkt er geen probleem te zijn met de taalwetgeving.
Bovendien bestaan er al decennialang handelszaken met anderstalige opschriften in Geraardsbergen. Sommige winkels dragen Franstalige namen. Een Chinees restaurants heeft al jaren Chinese karakters op de voorgevel staan, zonder dat iemand daar aanstoot aan neemt. Geen haan die er ooit naar kraaide. De betrokken uitbater op het Stationsplein spreekt bovendien goed Nederlands.
Import van conflicten
Toch komt de hevigheid van de reacties niet uit het niets. Geraardsbergen, en bij uitbreiding de Denderstreek, wordt geconfronteerd met een stijgende instroom van nieuwkomers. Dat zet onder meer het OCMW en de sociale dienstverlening onder druk. Tegelijk lijken de integratieproblemen hardnekkiger dan gedacht. Ook de afkeer van de import van conflicten uit de Arabische en Afrikaanse wereld valt niet te onderschatten, zowel bij autochtone inwoners als bij delen van de allochtone bevolking.
Het is dus belangrijk om het hoofd koel te houden. Het is weinig waarschijnlijk dat Hamas op 3 oktober in Geraardsbergen de aanslagen van 7 oktober 2023 zal overdoen. Zulke overdrijvingen helpen niemand vooruit. Maar het is even legitiem dat burgers vragen stellen bij organisaties, geldstromen en politieke symboliek rond een bijzonder explosief conflict.
Het debat moet met open vizier worden gevoerd. Zonder bedreigingen, zonder racistische scheldpartijen, maar ook zonder de automatische verdachtmaking dat elke kritische vraag uit racistische motieven voortkomt. De storm aan reacties toont aan dat de onrust over integratie, migratie en buitenlandse conflicten veel breder leeft dan vaak wordt toegegeven.
Geraardsbergen heeft aan duidelijkheid, verantwoordelijkheid en fatsoen. Transparantie over wie wat organiseert, waar het geld naartoe gaat en welke rol de stad speelt, is daarbij de minimale voorwaarde om het vertrouwen van de bevolking te behouden.
Julien Borremans






