Schuld per inwoner zorgt voor discussie in Lierde.

Burgemeester Soetens plaatst kanttekening bij cijfers van Statistiek Vlaanderen, maar krijgt kritische repliek.

Een artikel dat op 1 augustus in Het Nieuwsblad verscheen, zorgde in Lierde voor de nodige reacties. Onder de titel “Elke inwoner van Lierde draagt 1.143 euro schulden, het Vlaamse gemiddelde bedraagt 1.094 euro” werd de schuldpositie van de gemeente onder de loep genomen. Op papier lijkt Lierde daarmee iets boven het Vlaamse gemiddelde uit te komen.

Burgemeester Jurgen Soetens vond het nodig om bij die cijfers een belangrijke kanttekening te plaatsen. Volgens hem geven de cijfers een vertekend beeld van de werkelijke financiële situatie van Lierde.

“Een kleine nuance”.

Burgemeester Soetens wees erop dat Lierde de voorbije jaren verschillende wegenisprojecten realiseerde en onder meer de sportzone De Zandloper volledig voorfinancierde. Die voorfinanciering staat volgens hem geboekt als een toegestane lening aan de exploitant Farys.

Wanneer hiermee rekening wordt gehouden, zou de netto schuld van Lierde eind 2025 volgens Soetens 889 euro per inwoner bedragen, en dus aanzienlijk lager liggen dan de 1.143 euro die in het krantenartikel wordt vermeld.

De burgemeester wees daarnaast op het financiële resultaat van 2025. De gemeente boekte volgens hem een overschot van 225 euro per inwoner. Dat bedrag wordt volgens hem integraal aangewend om toekomstige investeringen met eigen middelen te financieren.

Een boodschap die bij een deel van de Lierdenaren duidelijk in goede aarde viel. Op sociale media krijgt de burgemeester geregeld lof voor het financiële beleid van de gemeente en lijken sommige inwoners de uitleg zonder veel verdere vragen te aanvaarden. Maar niet iedereen is overtuigd.

“Appels met peren vergelijken?”

In de Facebookdiscussie rond het bericht van de burgemeester plaatste Isabelle Delclef enkele fundamentele kanttekeningen. Volgens haar kan men de officiële cijfers van Statistiek Vlaanderen niet zomaar aanpassen voor Lierde om ze vervolgens opnieuw te vergelijken met de ongewijzigde cijfers van andere gemeenten.

Haar redenering is eenvoudig: ook andere gemeenten hebben wegenwerken, investeringen en projecten die met leningen worden gefinancierd. Als die schulden in de officiële statistieken worden opgenomen, moeten ze volgens haar ook in de vergelijking blijven staan.

Ook het argument van het overschot van 225 euro per inwoner roept vragen op. Een overschot in een bepaald boekjaar betekent immers niet automatisch dat de bestaande schulden daardoor verminderen. Geld dat gebruikt wordt om een nieuwe investering met eigen middelen te betalen, is niet hetzelfde als geld dat wordt aangewend om een bestaande lening af te lossen.

Mevr. Delclef maakte daarbij een vergelijking die weinig financiële voorkennis vereist: iemand kan in een bepaald jaar geld sparen en tegelijkertijd nog steeds een aanzienlijke lening hebben lopen. Het ene maakt het andere niet automatisch kleiner.

De toegestane lening

Een tweede punt van discussie is de zogenaamde “toegestane lening”. Volgens burgemeester Soetens moet het bedrag dat betrekking heeft op de voorfinanciering van de sportzone De Zandloper worden meegenomen wanneer men de werkelijke netto schuld van Lierde beoordeelt.

Mevr. Delclef vraagt zich echter af of dit voor de gemiddelde inwoner wel duidelijk is. De term “toegestane lening” kan immers de indruk wekken dat de gemeente tegenover een andere partij een bedrag te vorderen heeft. Als dat het geval is, is haar vraag te verduidelijken waarom dit bedrag als schuld in de officiële cijfers voorkomt.

Daarmee raakt de discussie aan een belangrijk probleem: financiële cijfers zijn maar zo duidelijk als de uitleg die erbij wordt gegeven.

Jaarrekening als antwoord.

Op de kritische reactie verwees burgemeester Soetens naar de jaarrekening 2025 van de gemeente Lierde. Die is volgens hem terug te vinden op de gemeentelijke website, waarbij hij specifiek verwees naar pagina 140 en volgende voor het overzicht van de schulden.

Dat antwoord leidde opnieuw tot een reactie van Mevr. Delclef. Zij benadrukte dat het volgens haar niet gaat over de vraag of een inwoner de jaarrekening kan lezen of interpreteren. Wel over de vraag hoe een gemeentebestuur complexe financiële informatie naar zijn inwoners communiceert.

Een inwoner hoeft volgens haar geen financieel-economische opleiding te hebben om geïnformeerd te worden over de financiële toestand van de gemeente. Wanneer een burgemeester stelt dat een officieel gepubliceerd cijfer “een kleine nuance” behoeft, mag volgens haar ook worden verwacht dat die nuance in eenvoudige en begrijpelijke taal wordt uitgelegd.

Waar ligt de waarheid?

De discussie gaat uiteindelijk over meer dan één bedrag per inwoner.

De cijfers van Statistiek Vlaanderen geven een bepaalde gestandaardiseerde voorstelling van de gemeentelijke schuld. De burgemeester wijst vervolgens op specifieke elementen die volgens hem een juister beeld geven van de financiële toestand van Lierde. Beide zaken kunnen naast elkaar bestaan, maar ze mogen niet zomaar als identieke cijfers worden voorgesteld.