Het verzet kwam er nadat we in ons land door nazi Duitsland steeds meer en meer in de tang werden genomen door de toenemende controle op ons doen en laten, de voedselschaarste en de heel gevaarlijke, verplichte tewerkstelling in Duitsland. Ook in Oosterzele zijn er in WO II mannen en vrouwen die zich hardnekkig verzetten tegen de bezetter. De twee sleutelfiguren in het Oosterzeelse verzet zijn Jules Sacks en Maurice Liebrecht.
Ze namen doelbewust, geruggensteund door een aantal Oosterzeelse mannen en vrouwen, deel aan gevaarlijke activiteiten die de bezetter schade moeten toebrengen. Jules Sacks (°1886) was de jongste zoon van een gezin met elf kinderen (Sax, Sackx, Sacks, diverse schrijfwijzen, maar ze zijn allen familie), was smid, loodgieter, startte een winkel met ijzerwaren, Leuvense stoven en kookgerei in het Dorp, kortom een handige stielman die men best kon gebruiken in het verzet. Het kan ook gezegd worden van garagist Maurice Liebrecht die op de Windekekouter 9 woonde. Twee vaardige stielmannen waar men beroep op deed. Ze kenden het terrein zeer goed. De vraag blijft, wat drijft hen om zich te verzetten, gezien de strenge nazi – repressie, zeg maar hun leven te riskeren. Deze levensgevaarlijke strijd eiste veel mensenlevens. Jules en Maurice nemen deel aan gevaarlijke ondernemingen, hun aversie tegen de Duitse bezetter is groot.
Ze hadden een groeiende wrok tegen de bezetter en de collaborateurs. Het landgoed Langlois op de Windekekouter speelde ook een belangrijke rol in het verzet, in het landgoed van Alice Van De Velde, weduwe van vrederechter Achilles Langlois, werden richtlijnen, aanwijzingen en opdrachten gegeven. Hun zoon Henri werd in Brussel op 17 juni 1942 tot de doodstraf veroordeeld. Hun rol in het verzet doen Jules Sacks en Maurice Liebrecht (echtgenoot van Martha Sax) op de radar van de Duitse ordediensten verschijnen. Ook de jonge vrouwen Cécile Sacks en Laura Sax werden ingeschakeld als koerier in de regio tussen Gent en Oosterzele. Kleindochter Mariane D’Hont heeft veel adoratie voor haar grootvader Jules Sacks en is gefascineerd in de bewaarde briefwisseling en (oorlog)documenten en vertelt ons het heldhaftig verhaal van haar grootvader Jules Sacks, dat ze te weten kwam door haar moeder Godelieve en haar tante Cécile Sacks. De bewondering voor haar grootvader Jules Sacks is groot, het siert Mariane. ‘Op 2 augustus 1944 werd mijn grootvader aangehouden door twee Gestapo op verdenking deel uit te maken van de weerstand en twee mannen van de weerstand De Prijck en Delamotte te verduiken. Leden van de Gestapo brachten een geboeide, maar door zware folteringen een erg verzwakte Oscar Delamotte naar Oosterzele. Ze kwamen naar het huis van Jules Sacks, Oscar Delamotte werd geboeid aan mijn grootvader, ze werden naar het huis van Maurice Liebrecht gebracht, die ook gezocht werd.
Op de binnenkoer werden ze slechts door één Duitser bewaakt. Jules besprong de Duitser, het kwam tot een schermutseling. Jules Sacks was gekend als een heel sterke mens, een forse en heel krachtige man, hij viel de Duitser aan, ontfutselde hem zijn mitraillette. Een gevecht op leven en dood. De Duitser kon toch met zijn revolver nog tweemaal schieten. Een kogel trof Oscar Delamotte in de buik, hij overlijdt ter plaatse, de tweede kogel treft Jules Sacks in de schouder. Het jonge meisje Mimi Liebrecht ziet – vanuit de bovenverdieping op de binnenkoer van hun huis in de Windekekouter – Oscar Delamotte liggen met een deken over hem. Jules Sacks vlucht weg via de muur van garage Liebrecht, hij kwam terecht op het kerkhof, sprong opnieuw over een muur en viel op zijn beide knieën en bezeerde zich erg. Het gezin moest na de aanhouding van Jules Sacks op de vlucht slaan en onderduiken van 2 augustus tot 4 september 1944, tot de bevrijding. Zo kregen ze onder meer onderdak in stokerij Van Damme. De winkel van Jules Sacks was tijdens de bezetting van de Duitsers gesloten, alles was aangeslagen door de Duitsers. Bij Maurice Liebrecht hebben ze het spaargeld meegenomen, de echtgenote van Maurice Martha Sax moest het afgeven. Ze werd nadien door de Duitsers uitgenodigd om in Gent het geld terug te gaan halen. Dat deed ze wijselijk niet, omdat ze hoogstwaarschijnlijk haar gingen vast houden, in ruil voor Maurice Liebrecht waar de Duitsers verwoed op zoek naar waren om hem aan te houden’, verhaalt Mariane D’Hont. Op 4 september 1944 – op de dag van de bevrijding van Oosterzele – ontwapende het Geheim Leger de Duitse vijand die zich overgaf op de Kapellenberg (nu Geraardsbergsesteenweg). De vaderlandslievende Jules Sacks en Maurice Liebrecht (die voor het Geheim Leger ook gevaarlijke transporten uitvoerde) hebben tal van onderscheidingen ontvangen.
De groei van het verzet wordt vanaf 1942 gestimuleerd door het deporteren van Joden én de verplichte tewerkstelling in Duitsland. Het burgerlijk verzet wordt groter. Werkweigeraars worden aan onderduikadressen geholpen. De wrok tegen de bezetter en tegen collaborateurs groeit fel. De collaborateurs worden gezien als medeplichtigen van een almaar repressiever wordend regime. Veel verzetslieden moeten onderduiken en leven noodgedwongen zonder hun familie. Het zijn vooral mannen tussen de 20 en 50 jaar die zich bij het verzet aansluiten. Ze zijn avontuurlijk en impulsief. De reële risico’s die ermee verbonden zijn vergen veel moed. Meer dan 30.000 verzet strijders vallen in de handen van de Duitsers, de helft daarvan zal de oorlog niet overleven. Jules Sacks en Maurice Liebrecht en de Oosterzeelse mannen en vrouwen die hen steunden verdienen het grootste respect voor de grote moed waarmee ze opkwamen voor onze vrijheid en waarden ondanks de extreme gevaren. (Tekst: Marcel Van De Vijver, foto’s Mariane D’hont).








