Ambitieus project met 68 woningen aan de Astridlaan roepen vragen op

Geraardsbergen.  Alcasa Woningbouw en Aeon Architecten willen aan de Astridlaan een project met 67 appartementen, één woning en een handelsruimte realiseren. Vijf gebouwen, met maximaal vijf bouwlagen, komen rond een groen binnengebied. Ondergronds zijn 85 parkeerplaatsen en garageboxen voorzien.

Het masterplan werd eind september aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO) voorgelegd en kritisch doorgelicht. De aantallen liggen op tafel, maar de beloofde woonkwaliteit, het bruikbare groen en de verkeersveiligheid moeten nog worden onderbouwd.

Het terrein tussen de Astridlaan en de Groteweg is ongeveer 7.180 vierkante meter groot en ligt nabij het Atheneum en de spoorlijn. Vandaag bestaat het uit langgerekte percelen met woningen, andere gebouwen en tussenliggende ruimtes. De ontwikkelaars kiezen voor één gezamenlijke ontwikkeling. Die moet versnippering en losse parkeerzones vermijden.

Aan de Astridlaan komen gebouwen met vijf en vier bouwlagen. Richting Atheneum zijn twee lagere gebouwen gepland, elk met twee bouwlagen en een bijkomende bovenlaag. Aan de Groteweg komt een gebouw met vier bouwlagen. Terrassen, terugliggende delen en de onderlinge ligging moeten voorkomen dat een massieve bouwmuur ontstaat. De ontwerpers verwijzen naar de stedelijke verdichtingsvisie, waarin vijf bouwlagen als een hoogteaccent gelden.

Woonkwaliteit
De vijf gebouwen bevatten respectievelijk zeventien, dertien, elf, achttien en acht appartementen. Daarnaast komt er een afzonderlijke woning met twee slaapkamers. De handelsruimte krijgt een plaats in het hoogste gebouw. Het programma omvat veertien wooneenheden met één slaapkamer en een bureel, 45 met twee slaapkamers en negen met drie slaapkamers.

Met 68 wooneenheden bedraagt de dichtheid ongeveer 95 woningen per hectare. Een ligging aan een invalsweg volstaat niet: ook buitenruimte, verkeersimpact en gevolgen voor de buren bepalen wat deze plek aankan.

Bezonning en privacy zijn daarbij cruciaal. Een onderzoek moet tonen hoeveel licht bestaande woningen, tuinen, nieuwe appartementen en het binnengebied krijgen, ook in winter en tussenseizoenen. Terrassen en hogere verdiepingen kunnen bovendien inkijk veroorzaken. Een binnentuin verliest aan kwaliteit wanneer bewoners voortdurend bij elkaar binnenkijken.

Het groene hart
Het ontwerp voorziet gemeenschappelijk groen, private tuinen, speelruimte en wandelverbindingen. Ook een wadi wordt onderzocht, waarin regenwater tijdelijk wordt opgevangen en in de bodem kan dringen. De gebouwen nemen samen ongeveer 2.161 vierkante meter in. Hoe de overige ruimte wordt verdeeld over groen, verharding, tuinen en wateropvang, is nog niet volledig becijferd.

Een smalle strook langs een gevel biedt niet dezelfde gebruikswaarde als een ruime tuin. Ook moet duidelijk worden hoeveel groen in volle grond komt en hoeveel boven de parkeerkelder ligt. Bomen boven een kelder vragen voldoende wortelruimte en grond, aangepaste drainage en een constructie die het gewicht kan dragen. Ook waterdichting, onderhoud en droogtebestendigheid tellen mee. Pas wanneer kelder- en groenplan samen worden bekeken, blijkt hoe duurzaam het parkachtige binnengebied kan functioneren.

Parking is nog geen mobiliteitsoplossing
De 85 parkeerplaatsen en garageboxen vertegenwoordigen ongeveer 1,25 plaats per wooneenheid, zonder de behoeften van bezoekers en de handelsruimte mee te rekenen. De vraag is of dit voldoende is.

Auto’s moeten de parking veilig kunnen in- en uitrijden, met voldoende ruimte om te wachten en goed zicht op voetgangers en fietsers, ook tijdens de schooluren. Blijkt uit de mobiliteitsstudie dat er problemen zijn, dan moeten de gebouwen anders kunnen worden ingeplant of minder woningen worden voorzien.

Daarnaast is nog onduidelijk hoeveel fietsplaatsen er komen en hoe bereikbaar die zijn. Ook bakfietsen, bezoekersfietsen, afvalophaling, leveringen, verhuizingen en thuiszorg vragen ruimte. De verbinding richting Groteweg/Hogeweg moet veilig en toegankelijk zijn en ook de brandweer toelaten.

Ook de fasering telt. Bewoners van afgewerkte gebouwen mogen niet jarenlang afhankelijk blijven van tijdelijke toegangen of onafgewerkt groen. Werfverkeer naast de school, stof, geluid en gegarandeerde vluchtwegen vragen een concreet plan. Elke bewoonde fase moet veilig en bruikbaar zijn.

Het masterplan is nog geen bouwvergunning. Hoeveel woonkwaliteit daartegenover staat, moet blijken uit detailplannen en berekeningen.

Julien Borremans