Brandbom tegen woning na maanden terreur: vijf jaar cel gevorderd tegen Geraardsbergenaar

De correctionele rechtbank in Oudenaarde buigt zich over een zwaar dossier van brandstichting, geweld en belaging. Beklaagde J.G. uit Geraardsbergen verscheen er voor de strafrechter na een escalatie van maandenlange terreur tegenover zijn ex-partner S.J. en haar familie. Het parket vraagt een celstraf van vijf jaar, waarvan de helft met probatie-uitstel.

Terreur
De feiten bereikten een dramatisch hoogtepunt op donderdag 28 november 2024. Die avond gooide J.G., onder invloed van alcohol en drugs, een zelfgemaakte molotovcocktail naar de woning van de moeder en stiefvader van zijn ex-partner in Deftinge. Hij had zijn wagen op afstand geparkeerd, was volledig in het zwart gekleed en vermomd, en keek doelbewust in een bewakingscamera voor hij toesloeg. De brandbom werd richting een raam aan de voorgevel gegooid, onder de kamer waar de kinderen normaal slapen.

De cocktail botste echter tegen de raamhoek, waardoor de schade beperkt bleef tot de gevel. Toch ontstond een metershoge vlammenzee. Volgens de familie is het puur toeval dat de brand niet binnendrong en geen slachtoffers vielen. De hulpdiensten kwamen massaal ter plaatse. Opvallend is dat J.G. ongeveer een uur later terugkeerde naar de plaats van de feiten, waar hij door de politie werd onderschept en gearresteerd.

De brandstichting was geen alleenstaand feit, maar het sluitstuk van een lange periode van intimidatie en geweld. Volgens S.J. kampte J.G. al jaren met een ernstige alcohol- en drugsproblematiek. Toen ze hem vroeg de woning te verlaten, sloegen de stoppen door. Hij mishandelde haar urenlang, nam haar gsm en autosleutels af en sloot haar op. Uiteindelijk kon ze met haar kinderen vluchten.

Daarna volgde een maandenlange lijdensweg. J.G. beschadigde voertuigen, reed zijn ex-partner bijna van de weg, wachtte haar op met een wapen en drong haar privéleven binnen door toegang te krijgen tot haar gsm. Ondanks eerdere klachten en tussenkomsten bleven de feiten zich opstapelen en werden ook familieleden bedreigd. Volgens de slachtoffers werd hij steeds driester en gedreven door rancune en haat.

“De nacht dat hij mij probeerde te verstikken, het moment dat hij probeerde om mij van de baan te rijden… Ik besef meer dan ooit dat ik geluk gehad heb dat ik hier nog zit en het nog kan navertellen. In mijn ogen heeft J.G. meerdere moordpogingen op zijn geweten en mijn grootste doel nu is om mijn kinderen te beschermen. Maar ik vrees dat ooit de dag zal komen dat het hem zal lukken,” getuigde het slachtoffer tijdens de zitting.

Poging tot moord
Tijdens de zitting schetsten de slachtoffers een beeld van constante angst. Ze leven al meer dan twee jaar in onzekerheid, moeten voortdurend over hun schouder kijken en voelen zich nergens nog veilig. Wat hen overkwam heeft diepe sporen nagelaten. Ze spreken over een leven dat volledig werd ontwricht, met blijvende psychologische gevolgen.

De advocaat van de slachtoffers benadrukte dat de beklaagde de feiten minimaliseert en geen inzicht toont in de ernst van zijn daden. Hij schetste een patroon van controle, intimidatie en geweld dat steeds verder escaleerde.

De ernst van de feiten wordt ook bevestigd door deskundigen. Psychologisch onderzoek wijst op een verhoogde emotionele impulsiviteit, een lage frustratietolerantie en een verhoogd risico op toekomstig gewelddadig gedrag. Het parket spreekt dan ook van een “zeer gevaarlijke man” en benadrukt dat de brandstichting kan worden beschouwd als een poging tot moord, gezien de omstandigheden en het risico voor de aanwezigen.

Walter Damen, advocaat van de slachtoffers benadrukte dat de beklaagde de feiten minimaliseert en geen inzicht toont in de ernst van zijn daden. Hij schetste een patroon van controle, intimidatie en geweld dat steeds verder escaleerde.

Vlaag van razernij
De verdediging erkent de brandstichting, maar stelt dat die gebeurde in een vlaag van razernij en zonder intentie om slachtoffers te maken. Volgens de advocaat speelde de moeilijke echtscheiding en het conflict rond de kinderen een grote rol in de escalatie. Andere ten laste gelegde feiten worden betwist.

Voor de slachtoffers blijft de impact bijzonder groot. Zij proberen hun leven opnieuw op te bouwen, maar leven met een voortdurende angst voor de toekomst. Hun grootste bekommernis is de veiligheid van de kinderen.

De rechtbank zal zich nu uitspreken over de schuld en de strafmaat. Daarbij staat niet alleen de bestraffing centraal, maar ook de bescherming van de slachtoffers en het risico op herhaling.

Vonnis: 24 april 2026

Julien Borremans