Het incident aan een spoorwegovergang tijdens de openingsfase van de Ronde van Vlaanderen krijgt een juridisch staartje. Het parket bevestigt dat het een vervolging opstart tegen renners die het rode licht negeerden, nadat een deel van het peloton nog snel de overweg overstak terwijl de slagbomen naar beneden gingen.
Een deel van de renners kon nog doorrijden, maar een grote groep moest abrupt stoppen en wachten tot een trein was gepasseerd. Om de wedstrijd eerlijk te houden, gaf de jury de kopgroep nadien het signaal om het tempo te laten zakken. Zo kreeg het achtergebleven peloton, met onder meer Mathieu van der Poel, de kans om opnieuw aan te sluiten.
UCI
Op het eerste gezicht leek het incident zonder grote gevolgen af te lopen, maar dat blijkt dus niet het geval. Volgens de regels van de internationale wielerunie (UCI) riskeren renners die een rood licht negeren een diskwalificatie of gele kaart, een boete van 1.000 Zwitserse frank en een aftrek van 100 UCI-punten.
De UCI is duidelijk: renners zijn verplicht om te stoppen voor een rood licht aan een spoorwegovergang. Wie dat niet doet, moet in principe uit koers worden genomen. De uiteindelijke beslissing ligt bij de juryvoorzitter, die zich baseert op de beelden, eventueel met ondersteuning van videotechnologie. Daarbij is vooral van belang of het rode licht al brandde op het moment dat de renners de overweg passeerden.
Naast mogelijke sportieve sancties volgt nu ook een gerechtelijke aanpak. Het parket laat weten dat de betrokken renners geïdentificeerd zullen worden en dat er een proces-verbaal wordt opgesteld. Het negeren van een rood licht aan een spoorwegovergang geldt als een overtreding van de vierde categorie, wat kan leiden tot een verschijning voor de politierechtbank.
Wat begon als een chaotisch koersmoment, dreigt zo uit te monden in een combinatie van sportieve sancties én strafrechtelijke vervolging voor de betrokken renners.
Julien Borremans







