De nieuwe bestuursperiode in de 285 Vlaamse gemeenten is ondertussen anderhalf jaar ver. Toch hebben heel wat gemeenteraadsleden, schepenen en ook enkele burgemeesters hun mandaat al beëindigd. Kurt De Loor, Vlaams parlementslid voor Vooruit en zelf ook gemeenteraadslid in Zottegem, vroeg de cijfers op. “Het is toch opvallend hoeveel raadsleden, schepenen en burgemeesters deze bestuursperiode al gestopt zijn. Het zijn ook vaker vrouwen die stoppen. Opvallend is ook dat – na de provincie Antwerpen – onze eigen provincie Oost-Vlaanderen het meest aantal ‘afhakers’ kent (51). Meer onderzoek naar de redenen en meer ondersteuning zijn nodig. Aan politiek doen mag geen privilege zijn voor mannen”, zegt hij.
“235 gemeenteraadsleden hebben hun mandaat al stopgezet in de periode tussen december 2024 en maart 2026. Op een totaal van 7240 gemeenteraadsleden is dat 3,14%. Als dit tempo aanhoudt zullen er elk jaar ongeveer 182 oftewel 2,52% van de raadsleden uitvallen. Op het einde van de legislatuur zou zo 15% van de raadsleden vervangen zijn”, licht Kurt De Loor toe. “Ook in de colleges van burgemeester en schepenen waren er al wat wissels te noteren. 33 schepenen zwaaiden af in de eerste 15 maanden van deze legislatuur, alsook 8 burgemeesters. Op een totaal van bijna 1.800 schepenen gaat het over 1,8%. Op een totaal van 285 burgemeester over 2,8%. Het aandeel lokale politici dat er na 15 maanden de brui aan gegeven heeft, ligt op hetzelfde niveau als tijdens de vorige bestuursperiode. Het is opvallend dat al bijna 300 van hen hun mandaat gestopt heeft. De huidige inspanningen werpen te weinig vruchten af. We moeten evalueren en tanden bijsteken. Bij de raadsleden die hun mandaat stopgezet hebben, doen de steden en gemeenten in de provincie Antwerpen het slechtst; zowel in absolute getallen (64) als in percentage (3,7%). Vlaams-Brabant en Limburg scoren het best (2,92% en 3,01%). In Oost-Vlaanderen haakten reeds 51 gemeenteraadsleden af. 20 vrouwen en 31 mannen. Hiermee doet Oost-Vlaanderen het – na de provincie Antwerpen – het het minst goed. Van de 33 schepenen die de handdoek in de ring gooiden kwamen er 7 uit Oost-Vlaanderen (Erpe Mere, Evergem, Horebeke, Kluisbergen, Zulte en 2 schepenen in Maldegem). En van de acht stoppende burgemeesters in Vlaanderen gebeurden er drie wissels in Oost-Vlaanderen (Aalter, Brakel en Erpe-Mere). Ook opvallend en tegelijkertijd een sterk aandachtspunt is dat in elke provincie verhoudingsgewijs meer vrouwen dan mannen hun mandaat stopzetten.”
“Wat de cijfers niet zeggen, is echter ook van belang”, gaat Kurt De Loor verder. “We weten eigenlijk niet waarom die honderden mensen ermee gestopt zijn. Dat kan een onschuldige oorzaak hebben, die los staat van de politiek. Zoals bijvoorbeeld een verhuis buiten de gemeente of ziekte. Maar achter een vertrek zit soms veel meer. Denk aan de moeilijke combinatie van je mandaat, je gezin en je job. Dat zou ook kunnen verklaren waarom vrouwen vaker stoppen. We weten dat zij vaak een grotere rol opnemen in het gezin. De minister geeft aan dat dit ook een vooraf gemaakte politieke afspraak kan zijn. Waarbij een ancien bijvoorbeeld het stokje doorgeeft aan jong talent. Dat is zeker mogelijk, maar dat zien we toch vaker halverwege de legislatuur en niet tijdens het eerste anderhalf jaar. Het kan niet de bedoeling zijn dat enkel mannen met veel tijd, middelen en een flexibele job zich kunnen engageren in de lokale politiek. Onze gemeenteraden en colleges zijn idealiter een afspiegeling van hun bevolking. We moeten de mogelijkheden voor raadsleden en schepenen dus versterken.”
“Ten eerste denkt Vooruit aan nog meer ondersteuning en opleiding, zeker voor beginnende raadsleden en schepenen”, besluit De Loor. “VVSG heeft al een aanbod aan opleidingen voor raadsleden, schepenen en burgemeesters, vaak in samenwerking met de Vlaamse overheid (ABB). Dat kan zeker nog uitgebreid worden. De kost voor de deelnemers moet je wel beperken om te vermijden dat dit een drempel wordt. Iedereen is toch gebaat bij politici die sterk in hun schoenen staan en weten waarover ze spreken? De regeling van politiek verlof is ingewikkeld en verschilt van de job die je hebt buiten de politiek. Ook dat is niet logisch en niet fair. Daarbij komt nog dat werkgevers dit vaak niet op applaus onthalen. Wat niet zou mogen, want het is een recht van iedereen. Ook daar moeten we dus zorgen voor duidelijke regels die iedereen naleeft. Zo krijgen raadsleden de tijd hun mandaat serieus te nemen en zich in te werken in dossiers. Dat zal er ook voor zorgen dat een gemeentelijk politiek mandaat beter te combineren is met je privé-leven en je job. Die druk is er. En die weegt duidelijk meer op vrouwen. Laat ons daarom bijvoorbeeld de vervangingsregeling soepeler maken. Nu kan je je als raadslid tijdelijk laten vervangen in zeer specifieke gevallen: medische redenen, ouderschapsverlof bij geboorte of adoptie, bijstand of verzorging van een ziek familielid. Raadsleden die tijdelijk door een intensere periode op hun job gaan vallen hier bijvoorbeeld nog buiten.”







