Guy D’Haeseleer: “Betere opvolging taalkennisvereiste sociale huurders nodig in Ninove en omstreken”

Vlaams volksvertegenwoordiger Guy D’haeseleer (Vlaams Belang) volgt reeds jaren het dossier van de verplichte taalkennisvereiste voor sociale huurders op in het Vlaams Parlement. Uit een controleproject van Wonen Vlaanderen bij de sociale woonactoren bleek dat de controle op de taalkennisvereiste bedroevend te noemen was. “De sociale woonactoren actief in Ninove en de aangrenzende gemeenten hebben de voorbije jaren de taalkennisvereiste onvoldoende opgevolgd”, stelt D’haeseleer vast op basis van de gegevens die hij opgevraagd heeft bij Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele.

In 2021 werd een toezichthouder van het Agentschap Wonen Vlaanderen aangewezen om een ‘Controleproject Taalkennisvereiste’ uit te voeren. Minister van Wonen Diependaele had hiertoe de opdracht gegeven na meerdere tussenkomsten van het Vlaams parlementslid over de controle op de taalkennisvereiste door sociale woonactoren. Sinds 1 november 2017 moeten sociale huurders na 1 jaar voldoen aan een taalkennisvereiste A1 van het Nederlands, die binnenkort zal verhoogd worden naar A2. “Ik stelde reeds jaren vast, bij het opvragen van de resultaten n.a.v. de controles op de taalkennisvereiste, dat er amper ingebrekestellingen waren en er amper boetes werden uitgeschreven”, aldus D’haeseleer. “In 2019 ging het om 38 ingebrekestellingen en 12 opgelegde boetes en in 2020 waren er 62 ingebrekestellingen en 7 opgelegde boetes. Deze ingebrekestellingen en boetes werden uitgeschreven door amper 11 sociale woonactoren van de meer dan 120 die in Vlaanderen actief zijn.”

Controle op taalkennisvereiste moet lokaal beter opgevolgd worden

Op 1 december 2021 was het eindverslag van het ‘Controleproject Taalkennisvereiste 2021’ van de aangewezen toezichthouder bij het Agentschap Wonen Vlaanderen klaar. Dat het controleproject rond de taalkennisvereiste geen overbodig initiatief is, bleek uit de bedroevende cijfers van het rapport van Wonen Vlaanderen.

Uit een bijkomende parlementaire vraag die het Vlaams parlementslid stelde aan de Minister van Wonen, bleek dat er ook bij de sociale woonactoren actief in Ninove en de omliggende gemeenten een onvoldoende opvolging van de verplichte taalkennisvereiste kon vastgesteld worden. “Bij Ninove Welzijn, Dewaco, SHM Denderstreek, SVK Zuid-Oost-Vlaanderen en SHM Vlaamse Ardennen was er geen opvolgingslijst of geen opvolgingslijst conform de wetgeving aanwezig ter opvolging van de taalkennisvereiste na 1 jaar sociale huur. Dat blijkt ook duidelijk uit het aantal ingediende dossiers bij de afdeling toezicht over het niet voldoen aan de taalkennisvereiste bij sociale huurders door deze woonactoren. De eerste dossiers werden pas ingediend na de controle door de toezichthouder betreffende de procedures. Ninove Welzijn, Dewaco en SVK Zuid-Oost-Vlaanderen bezorgden in 2021 respectievelijk 5, 9 en 5 dossiers aan de afdeling Toezicht, terwijl SHM Denderstreek en SHM Vlaamse Ardennen pas in 2022 voor het eerst 15 en 2 dossiers indienden. Nochtans beschikten deze woonactoren, behalve SHM Denderstreek, wel over een lijst van sociale huurders die bij de toewijzing van hun sociale woning niet aan de nodige taalkennisvereiste voldeden”, aldus Guy D’haeseleer.

Bij Ninove Welzijn, Dewaco en SVK Zuid-Oost-Vlaanderen werd bij de controle wel vastgesteld dat ze beschikten over een “procedure taalkennisvereiste”. Enkel bij SVK Zuid-Oost-Vlaanderen en SHM Vlaamse Ardennen werd bij inschrijving de taalkennisvereiste volledig en correct vermeld. Zowel bij Dewaco, Ninove Welzijn, SHM Vlaamse Ardennen als bij SHM Denderstreek werden op het inschrijvingsbewijs van de kandidaat-huurders, die nog niet voldeden bij inschrijving, de contactgegevens van organisaties die belast zijn met integratie- en inburgeringsbeleid onvoldoende vermeld.

“Het onderzoek dat duidelijk nodig was, heeft wel positieve gevolgen gehad. Ondertussen zijn de 5 sociale woonactoren in orde met de nodige procedures. De controles vanuit de afdeling Toezicht op de procedures en de controles vanuit de sociale woonactoren op de taalkennisvereiste zullen nog verder moeten opgevoerd worden. Ook de lokale overheden mogen hier niet blind voor zijn en de sociale woonactoren die actief zijn op hun grondgebied aansporen om die controles uit te voeren. Nederlands spreken en begrijpen, is toch het minimum dat we van sociale huurders mogen verwachten? Het Vlaams Belang blijft echter fundamenteel voorstander om de taalkennisvereiste te testen vooraleer de huurder zijn intrek neemt in een sociale woning. Voor ons blijft het principe overeind: Geen Nederlands = geen sociale woning!”, besluit D’haeseleer.

X