Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Annick De Ridder (N-VA) presenteerde haar geïntegreerde investeringsplan voor de komende drie jaar. Er wordt fors geïnvesteerd in de Dender, maar voor de strategische ontsluiting van de Denderstreek is geen euro voorzien. De ontsluiting van de streek staat intussen al decennia op de agenda. Ondanks het feit dat de lokale N-VA-afdelingen vorig jaar aan de alarmbel trokken, komt daar de komende jaren geen verandering in.
Begin 2024 luidden de N-VA-afdelingen van Haaltert, Denderleeuw, Ninove en Geraardsbergen de noodklok over het uitblijven van investeringen in de Denderstreek. In aanloop naar de Vlaamse en federale verkiezingen van 13 juni 2024 stelden zij in een gezamenlijk “Denderplan” vast dat de regio al jarenlang structureel wordt achtergesteld.
“Geen plan, geen visie”
De kritiek richtte zich onder meer op voormalig minister van Openbare Werken en Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD), die volgens de lokale N-VA-afdelingen in 2024 amper budget vrijmaakte voor de regio. “De verdeling van de middelen houdt geen rekening met onze noden. Er is geen plan, geen visie, geen toekomst,” klonk het toen. Ze wezen erop dat gebrekkige weginfrastructuur niet alleen de mobiliteit belemmert, maar ook bijdraagt aan de aanhoudend hoge armoedecijfers in de Denderregio.
De N-VA-afdelingen riepen de Vlaamse overheid op om zwaar te investeren in strategische verkeersassen zoals de N460, de N8 en de N42. “Met betere wegen en fietsinfrastructuur kunnen we jobs aantrekken en de streek uit het slop halen,” klonk het.
Niet veel later volgde cd&v met een eigen Denderplan, voorgesteld door Oost-Vlaams lijsttrekker Nicole de Moor en gesteund door veertien lokale afdelingen. Ook zij legden de vinger op de wonde: “De ontsluiting van de N42 tussen Wetteren en Geraardsbergen is cruciaal, maar blijft dode letter. En dat terwijl mobiliteit de sleutel is tot economische heropleving.”
De Ridder presenteert historisch investeringsplan
Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Annick De Ridder (N-VA) presenteerde ondertussen haar geïntegreerde investeringsplan voor de komende drie jaar. Dat plan bevat miljardeninvesteringen in infrastructuur, met de nadruk op het wegwerken van achterstallig onderhoud, fietsinfrastructuur en grote hefboomprojecten. Denk aan de Oosterweelwerken in Antwerpen, de Noord-Zuidverbinding in Limburg, de sluis in Zeebrugge en de fietsbrug over de Schelde.
Toch blijven de regio’s rond de Dender opnieuw grotendeels in de kou staan. Van de gevraagde investeringen in structurele ontsluiting – N42, N8, N460 – is in het plan geen spoor te bekennen. Geraardsbergen krijgt wel 700.000 euro voor de vervanging van de sluisdeuren in 2025. Ninove krijgt 4,15 miljoen euro voor werken aan de Elisabeth- en de Leopoldslaan. Voor Denderleeuw is 900.000 euro voorzien voor de herbouw van het sluizencomplex.
Daarnaast voorziet het plan ook middelen voor het project Ruimte voor Water – 10,6 miljoen euro gespreid over twee jaar – en jaarlijks 500.000 euro voor projectondersteuning op de Dender.
Veel woorden, weinig wegen
Hoewel deze projecten belangrijk zijn voor waterbeheersing en veiligheid, blijven de structurele mobiliteitsproblemen van de regio onopgelost. “Er is geen sprake van een doorbraak voor de ontsluiting van onze regio,” klinkt het ontgoocheld bij verschillende lokale mandatarissen. Zij hopen dat in de begrotingsrondes van 2028 en 2029 alsnog middelen worden vrijgemaakt voor wat al decennia wordt beloofd: een toekomstgerichte ontsluiting van de Denderstreek.
Terwijl andere regio’s grootschalige infrastructuurprojecten toegewezen krijgen, blijft het voor de inwoners van Haaltert, Ninove, Denderleeuw en Geraardsbergen opnieuw bij wachten.
Julien Borremans







