Geraardsbergen. In het Sint-Catharinacollege is een bijzonder leesproject gestart dat specifiek gericht is op de leerlingen van 1B, een heel diverse groep van leerlingen die vaak met taalachterstand kampt en voor wie lezen allesbehalve vanzelfsprekend is. Leerkrachten Nederlands Yani De Vleeschauwer en Anneleen Proot besloten de uitdaging aan te gaan: hun leerlingen een boek laten lezen. Niet via dwang, maar via plezier, creativiteit en samenwerking. Een heuse uitdaging.
Omdat veel leerlingen moeite hebben met taal en lezen, zochten de leerkrachten naar een laagdrempelige manier om hen toch een verhaal te laten beleven. De keuze viel op De Reuzenperzik van Roald Dahl: niet te dik, vlot geschreven en vol fantasie. “We wilden een boek dat haalbaar was, maar vooral één dat plezier geeft,” klinkt het bij Anneleen en Yani.
Het boek wordt thuis gelezen, telkens drie à vier hoofdstukken per week. Nadien komen de leerlingen naar de klas om een werkbundel in te vullen die volledig aansluit bij wat ze gelezen hebben. Daarin staan opdrachten die variëren van leesbegrip tot creatieve verwerking – een krantenartikel schrijven, iets verbeelden, tekenen of samen brainstormen.
Buddy-systeem en differentiatie
Het project is sterk opgebouwd rond differentiatie. De leerlingen worden ingedeeld in niveaugroepen en gekoppeld via een buddy-systeem: een sterke leerling werkt telkens samen met een zwakkere. Het doel? Samen betekenis geven aan het verhaal en elkaar vooruithelpen. Door duo-werk ontstaat er een natuurlijke uitwisseling: samen bespreken ze hoofdstukken, beantwoorden ze vragen of vullen ze brainstormdocumenten in.
Vooraleer de leerlingen van start gingen, namen Yani en Anneleen hun klas mee naar de bibliotheek van Geraardsbergen, waar toevallig een tentoonstelling over Roald Dahl liep. De leerlingen zagen er een nagebouwde werkplek van de auteur, zijn typische cadeautjes in krantenpapier en een overzicht van zijn bekendste boeken. Een ideaal startmoment om meer voeling te krijgen met de schrijver én om nieuwsgierigheid te prikkelen.
In de klas werden eerst de uiterlijke kenmerken van het boek besproken: titel, cover, achterflap en zelfs de trailer van de film. Per twee maakten de leerlingen een eerste gezamenlijke brainstorm.
Film als beloning, toekomstplannen in het verschiet
Wanneer het volledige boek gelezen en verwerkt is, kunnen de leerlingen als beloning naar de film kijken. Daarna vergelijken de leerlingen boek en film: wat zit er wél of niet in het verhaal, wat vinden ze sterker of leuker, wat verandert er?
Het project smaakt naar meer. De leerkrachten dromen nu al van een vervolg: een nieuw boek volgend schooljaar, misschien zelfs mét bezoek van een schrijver. “Als dit werkt, willen we Mark De Bel uitnodigen,” klinkt het bij de dames enthousiast.
Taalbeleid
Het project sluit nauw aan bij het taalbeleid van de school, waarin elke leerkracht wordt aangemoedigd om taalvaardigheid te ondersteunen. Dat 1B-leerlingen nu een volledig boek lezen – voor velen een primeur – wordt dan ook breed toegejuicht binnen het schoolteam.
Voor Yani en Anneleen moet lezen iets worden dat leerlingen samen kunnen ervaren: praten over een verhaal, lachen om personages, nadenken over situaties. Niet enkel stil in een zetel zitten, maar lezen als iets dat verbindt. “Een boek kan mensen samenbrengen. Dat willen we tonen.”
Met dit project krijgt een van de meest kwetsbare groepen op school een stevige duw richting leesplezier. En dat is, zeker in tijden van ontlezing, een overwinning op zich.
Julien Borremans







