UP over meerjarenplan Geraardsbergen: ”Zware investeringen nu, maar na 2028 zijn de centen op.”

Geraardsbergen. Dinsdag 17 december 2025 werd het meerjarenplan 2026-2031 door de gemeenteraad goedgekeurd. Dat neemt niet weg dat de oppositie, waaronder UP, een reeks opmerkingen hadden. “Wie het meerjarenplan van Geraardsbergen grondig doorneemt, kan moeilijk naast een fundamentele waarschuwing kijken: de grootste beleids- en investeringskeuzes worden vroeg in de legislatuur vastgezet, terwijl de financiële speelruimte richting het einde bijna volledig opdroogt,” stelt Jens Rottiers (UP) vast.

Investeren vooraan, overleven achteraan
De financiële cijfers tonen een uitgesproken patroon. De investeringsgolf situeert zich vrijwel volledig in het begin van de legislatuur. De investeringen in materiële vaste activa dalen van 14,88 miljoen euro in 2026 naar amper 2,64 miljoen euro in 2031, een daling van maar liefst 82 procent, aldus UP. Concreet betekent dit: eerst bouwen en renoveren, daarna vooral afbetalen en beheren.

“Vanaf 2028–2029 komt de stad onmiskenbaar in een beheersmodus terecht. De autofinancieringsmarge – dé graadmeter voor financiële ademruimte – zakt van ruim 2,6 miljoen euro in 2026–2027 naar nauwelijks 190.000 euro in 2031. Met een marge die richting nul evolueert, verdwijnt elke mogelijkheid om nog bij te sturen bij nieuwe noden op het vlak van veiligheid, mobiliteit, sociale problematiek of leefbaarheid.”

Schulden blijven hoog, uitgaven blijven stijgen
“Ook aan de schuldzijde is er geen echte kentering. De financiële schuld piekt rond 55 à 56 miljoen euro in de periode 2027–2029 en daalt pas tegen 2031 naar 50,46 miljoen euro. Dat is amper vijf procent minder dan bij de start van het plan. Van een structurele schuldafbouwstrategie is geen sprake,” stelt Jens Rottiers vast.

Tegelijk blijven de structurele uitgaven stevig groeien. De personeelskosten stijgen met bijna 16 procent tot 52,83 miljoen euro. De politiewerking kent zelfs een stijging van bijna 30 procent, terwijl ook de bijdrage aan de hulpverleningszone met meer dan 20 procent toeneemt. Dit zijn vaste kosten die jaar na jaar de beleidsruimte verder inperken.

“De inkomsten stijgen wel, onder meer via aanvullende personenbelasting, onroerende voorheffing en werkingssubsidies. Die groei volgt echter grotendeels de levensduurte en volstaat niet om de combinatie van investeringspieken en structureel stijgende uitgaven op te vangen. De financiële marge smelt daardoor onvermijdelijk weg.”

Veel plannen, weinig realisatie
“Inhoudelijk leest het meerjarenplan als een opsomming van vertrouwde dossiers: stadsontwikkeling, kernversterking, mobiliteitsknooppunten, KMO-zones, RUP’s en masterplannen. Het probleem is niet het gebrek aan plannen, maar het gebrek aan realisatiekracht. Veel van deze projecten circuleren al tien tot vijftien jaar en werden herhaaldelijk aangekondigd zonder uitvoering.”

Daarbovenop rekent het plan expliciet op inkomsten uit de verkoop van patrimonium. Die opbrengsten zijn onzeker en maken het financiële evenwicht kwetsbaar. Worden die verkopen vertraagd of niet gerealiseerd, dan komt het hele plaatje onder druk te staan.

Onevenwicht tussen stad en deelgemeenten
Ondanks de nadruk op dorpskernen blijft het zwaartepunt van de investeringen duidelijk in het stadscentrum liggen, met grote budgetten voor Den Bleek, het Dokhuis, stationsomgeving en erfgoedprojecten. De deelgemeenten moeten het stellen met beperkte en versnipperde ingrepen. Zonder aanpak van structurele problemen zoals wateroverlast, verkeer en netheid dreigt dorpsbeleid zo decorbouw te worden.

Economie en integratie onderbelicht
Het economische beleid blijft opvallend mager. Voor ondernemerschap en KMO’s is slechts een bescheiden budget voorzien, terwijl sociaal activeringsbeleid het grootste deel van de middelen opslorpt, aldus UP. Dat is noodzakelijk, maar geen hefboom voor economische groei. Ook het luik ‘Iedereen mee’ blijft budgettair zwak onderbouwd, met hoge verwachtingen maar weinig financiële slagkracht.

Conclusie
De cijfers vertellen een ander verhaal dan de beleidsverklaring. Dit meerjarenplan investeert zwaar aan het begin van de legislatuur, schuift structurele kosten door en rekent op onzekere inkomsten. Na 2028 dreigt vooral een beheersmodus, met nauwelijks ruimte voor nieuwe accenten of correcties.

De fundamentele vraag blijft dan ook: welke garantie krijgen de inwoners van Geraardsbergen dat dit plan niet eindigt zoals zovele vorige – met veel plannen en studies, maar te weinig realisaties en een uitgeholde stadskas? Zonder duidelijke keuzes en harde prioriteiten dreigt het meerjarenplan vooral een oefening op papier te blijven.

Julien Borremans