“Naar aanleiding van het recente artikel in Nuus wil ik graag enkele algemene bedenkingen meegeven, los van personen en zonder partij te kiezen.
Deontologie en integriteit zijn terecht fundamenten va een goed functionerende gemeenteraad. Wanneer er vragen rijzen, is het correct dat die zorgvuldig worden onderzocht en dat er, indien nodig, een rechtzetting gebeurt. Dat principe respecteer ik.
Wat ik moeilijker kan volgen, is de redenering dat een individuele situatie automatisch leidt tot collectieve maatregelen voor alle gemeenteraadsleden. Dit roept vragen op over proportionaliteit en gezond verstand.
Daarbij komt nog een belangrijk element dat vaak onderbelicht blijft: kennis van de deontologische code is inherent aan het mandaat van gemeenteraadslid. Van verkozenen mag verwacht worden dat zij deze regels kennen en toepassen. Dat is geen bijkomende verplichting die pas ontstaat na een incident, maar een basisverantwoordelijkheid die samenhangt met het opnemen van het mandaat.
De deontologische commissie adviseert om bijkomende vorming te organiseren zodat de code in de praktijk beter wordt toegepast. Dat is een begrijpbare intentie, maar de vraag blijft hoe effectief zo’n collectieve maatregel werkelijk is wanneer het gaat om een individueel voorval. Gerichte bijsturing waar nodig lijkt mij inhoudelijk sterker dan een algemene oefening voor iedereen.
In andere sectoren zien we een vergelijkbare logica. Wanneer daar een deontologische regel wordt geschonden, wordt dit individueel beoordeeld en waar nodig gecorrigeerd. Het uitgangspunt blijft persoonlijke verantwoordelijkheid, niet collectieve gevolgtrekkingen.
Tot slot lijkt het mij logisch dat ook praktische vragen gesteld mogen worden: wat is de kostprijs van eventuele bijkomende vorming, wie zal deze geven en welke concrete meerwaarde levert dit op voor de werking van de gemeenteraad? Transparant en zorgvuldig omgaan met publieke middelen blijft een basisverwachting.
Wanneer een individueel dossier uitmondt in collectieve verplichtingen, bijkomende vorming en procedures zonder duidelijke noodzaak of aantoonbaar effect, dan stel ik mij ernstig de vraag of we hier nog met gezond verstand besturen. Voor veel burgers oogt dit als een Kafkaiaanse redenering: complex, disproportioneel en moeilijk uit te leggen.”
Jeremy Snoeck
voorzitter van N-VA Geraardsbergen






