Vergunning appartementen in overstromingsgebied leidt tot politieke clash: “Onbegrijpelijk en absurd”

Geraardsbergen. Tijdens de gemeenteraad was er een scherpe discussie over een vergund bouwproject in overstromingsgebied in de Jan De Coomanstraat in Zandbergen. Volgens fractieleider Jens Rottiers (UP) druist de vergunning volledig in tegen de ruimtelijke logica en het gezond verstand. Stephan De Prez, schepen van Ruimtelijke Ordening & Stedenbouw, omschrijft de verlenging van de vergunning door de deputatie “zeer onhandige en een spijtige beslissing”.

Rottiers stelde dat op dergelijke locaties net moet worden ingezet op minder verharding, meer open ruimte en extra waterbuffering, zeker met het oog op de doorstroming van de Dender. Dat er toch een meergezinswoning werd vergund, en daarbij zelfs de visie rond “hoger bouwen en verdichting” werd ingeroepen, noemde hij onbegrijpelijk en zelfs absurd.

“De belastingbetaler dreigt op te draaien voor de kosten.”
Hij verwees daarbij ook naar adviezen van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), die aanvankelijk ongunstig waren voor het project. Volgens hem toont dit dossier aan dat er geen sprake is van een consequent ruimtelijk beleid, wanneer in een watergevoelige zone toch bijkomende bebouwing wordt toegelaten.

Daarnaast stelde Rottiers vragen bij de geloofwaardigheid van de beleidsvisie rond verdichting. Volgens hem wordt die visie selectief toegepast: soms om projecten af te remmen, dan weer om ze te vergunnen, afhankelijk van wat op dat moment uitkomt. Hij vroeg zich af of deze visie nog een ernstig beleidskader vormt, of eerder een rekbaar argument is geworden.

Ook politiek spaarde hij de kritiek niet. Hij vroeg expliciet wie de verantwoordelijkheid draagt voor het afleveren van deze vergunning, die volgens hem ingaat tegen de adviezen en de ruimtelijke logica. “Ik wil er toch ook even op wijzen dat de VLD/Anders al minstens 5 legislaturen Ruimtelijke Ordening & Stedenbouw  en ook nu in handen heeft, en de stad er alleen maar ruimtelijk is op achteruit gegaan,” liet Jens Rottiers zich ontvallen.

Tot slot stelde hij zich vragen bij de financiële gevolgen. Indien de Vlaamse overheid in het kader van het strategisch plan “Ruimte voor Water” later zou overgaan tot onteigening of minnelijke verwerving, dreigt volgens hem de belastingbetaler op te draaien voor de kosten van een project dat vandaag al ter discussie staat.

Vergunning dateert van 2020
Stephan De Prez, schepen van Ruimtelijke Ordening & Stedenbouw, nuanceerde de kritiek en wees erop dat het dossier dateert uit 2020. Zowel in eerste aanleg (augustus 2020) als in laatste aanleg (december 2020) werd de vergunning afgeleverd onder voorwaarden.

Hoewel de VMM aanvankelijk een ongunstig advies gaf, werd dat na aanpassingen aan het project omgezet in een voorwaardelijk gunstig advies. Ook andere waterbeheerders, zoals de provincie Oost-Vlaanderen (dienst Integraal Waterbeleid) en De Vlaamse Waterweg, gaven een gelijkaardig advies.

Volgens de schepen was er op dat moment geen juridische basis om de vergunning te weigeren. Het project voorziet onder meer in een overstroombare kelder, waardoor er volgens de plannen geen bijkomende ruimte voor water wordt ingenomen.

Bovendien situeert het terrein zich in woongebied en op wandelafstand van het station van Zandbergen. Binnen de toenmalige visie rond “hoger bouwen en verdichting” – die inzet op verdichting nabij mobiliteitsknooppunten – werd het project dan ook als ruimtelijk aanvaardbaar beschouwd. Ook de deputatie, de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad van State zagen uiteindelijk geen reden tot vernietiging van de vergunning.

Botsing met huidige inzichten
Toch erkende de schepen dat het dossier vandaag wringt. Sindsdien zijn de inzichten rond waterbeheer en ruimtelijke ordening geëvolueerd, onder meer door het strategisch plan “Ruimte voor Water”. Bovendien werd de vergunning in 2025 nog verlengd door de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen, wat volgens het stadsbestuur zelf als een “zeer onhandige en spijtige beslissing” wordt beschouwd. De stad gaf aan dat ze deze tegenstrijdigheid ook heeft aangekaart bij het projectteam van “Ruimte voor Water”, dat de situatie verder zal bekijken.

De discussie bleef niet zonder repliek. Verschillende raadsleden benadrukten dat de overstromingskaarten ook vóór 2020 al duidelijk waren en dat de risico’s dus gekend waren. Volgens hen had toen al een alarmsignaal moeten afgaan. Daarnaast werd erop gewezen dat de negatieve adviezen van de VMM expliciet stelden dat bebouwing op deze locatie beter vermeden wordt en dat een eengezinswoning eventueel nog aanvaardbaar zou zijn, maar geen meergezinswoning.

Ook de juridische argumentatie werd in vraag gesteld. Dat hogere rechtsinstanties de vergunning niet vernietigden, zou volgens de oppositie eerder te maken hebben met procedurele redenen – zoals een laattijdig beroep – dan met een inhoudelijke goedkeuring.

Signaal naar inwoners
Centraal in het debat stond ook het signaal dat het stadsbestuur geeft aan inwoners. Enerzijds wordt sterk ingezet op ontharding, waterbuffering en voorzichtig ruimtegebruik. Anderzijds wordt in dit dossier net het tegenovergestelde vergund.

Bovendien leeft er ongenoegen bij bewoners in de Jan De Coomanstraat, waar woningen in het kader van het waterbeleid mogelijk zullen moeten verdwijnen, terwijl op korte afstand een nieuw project werd vergund. De discussie maakt duidelijk hoe moeilijk het is om oude vergunningen te verzoenen met nieuwe inzichten rond klimaat en waterbeheer. Wat in 2020 juridisch verdedigbaar leek, botst vandaag steeds vaker op maatschappelijk en ruimtelijk verzet.

Julien Borremans

Lees ook: https://www.nuus.be/2026/03/03/appartementen-in-overstromingsgebied-zorgen-voor-ongeloof-en-woede-in-zandbergen/