Er waait een frisse wind door het Vlaamse politieke en ecologische landschap, en die wind ruikt verdacht veel naar Limburgse vlaai en wederzijds respect. In een tijd waarin het debat over natuur en landbouw vaak verhardt tot een loopgravenoorlog, lieten CD&V-minister Jo Brouns en BBL-voorzitter Ignace Schops in De Zondag zien hoe het wél moet. Geen vliegende consensus, wel een scherp, warm en broodnodig gesprek tussen twee tenoren die de voeten in dezelfde klei hebben staan.
Het resultaat? Een interview dat even hoopvol als urgent is. Want als een minister van Werk en Landbouw en een ecologische wereldtop – Schops won in 2008 niet voor niets de ‘Groene Nobelprijs’ – elkaar vinden, dan loont het om te luisteren.
De natuur als rendabele bankpas
Laten we beginnen met de harde, maar warme cijfers. Schops, de man die mee aan de wieg stond van het Nationaal Park Hoge Kempen, countert het hardnekkige fabeltje dat natuur louter geld kóst.
“Het Nationaal Park is een zegen voor de natuur, maar ook voor de economie: een omzet van 191 miljoen euro en 5.000 jobs. Ik zeg altijd dat de natuur de beste bank is. Als je één euro investeert in de natuur, levert dat de samenleving tien euro op.” — Ignace Schops
Het is een scherpe businesscase voor de planeet. Natuur zuivert onze lucht en filtert ons water, zonder onderscheid te maken tussen minister, boer of pastoor. Maar, zo waarschuwt Schops met de alarmlichten op rood: we zorgen nog niet goed genoeg voor de hand die ons voedt. De biodiversiteitscrisis is reëel, en de natuurherstelwet is volgens hem dan ook een absolute noodzaak.
De ‘Founding Fathers’ van de akkerbiodiversiteit?
Waar Schops de urgentie op tafel legt, zoekt minister Jo Brouns naar de pragmatische verbinding. Hij deed in het interview een opvallende en constructieve handreiking. Brouns wil samen met Schops naar Europa stappen om te pleiten voor een apart statuut voor landbouwnatuur: natuur in landbouwgebied die specifiek dient voor biodiversiteit en erosiebestrijding, zónder dat de boer zijn grond definitief kwijtraakt.
“Wij kunnen daar de founding fathers van zijn, Ignace,” stelde Brouns ambitieus voor.
Het antwoord van Schops was even scherp als constructief: “De biodiversiteit in landbouwgebied staat zwaar onder druk. Wat u zegt, kan deel van de oplossing zijn.”
Het toont aan dat landbouw en natuur geen aartsvijanden hoeven te zijn, maar – zoals Schops het mooi verwoordt – de twee trotse behoeders van onze schaarse open ruimte.
Een groene tax shelter?
Schops dropte meteen nog een concreet, innovatief idee op de mat van de minister: introduceer een groene Tax Shelter. Laat bedrijven fiscaal voordelig investeren in natuurherstel. Het betrekt de private sector bij de transitie en de maatschappelijke opbrengst is vele malen groter dan de misgelopen belastinginkomsten. Een dossier om warm te houden, minister!
De les voor de Vlaamse Ardennen
Terwijl de heren broadway-allures geven aan de Limburgse natuurparken, kunnen we in Zuid-Oost-Vlaanderen alleen maar instemmend knikken. Met de erkenning van het Landschapspark Vlaamse Ardennen ligt er ook hier een goudmijn aan ecologische én economische kansen te wachten. De expertise van Schops over hoe je natuur, toerisme en lokale economie met elkaar verweeft tot een rendabel succesverhaal? Die kunnen we hier in de Vlaamse Ardennen méér dan gebruiken.
De deur staat open
Dit gesprek was geen vooraf herkauwd politiek toneelstukje. Er zullen nog stevige discussies volgen, dat weten beide heren. Maar de toon is gezet.
-
Jo Brouns: “Wij hoeven het niet over alles eens te zijn, maar mijn deur staat altijd open voor gesprek. In dialoog gaan, is de essentie.”
-
Ignace Schops: “Als de minister doet wat hij zegt, dan kan het helemaal goedkomen. En doet hij dat niet, dan zijn wij daar om hem eraan te herinneren.”
Scherp op de inhoud, warm van toon. Als deze Limburgse dynamiek de blauwdruk wordt voor het Vlaamse beleid, dan gloort er hoop aan de horizon. Voor de boer, voor de burger, en voor de natuur.






