Mysterieuze maskers in Sint-Gorikskerk

De glooiende omgeving van Sint-Goriks-Oudenhove is een prachtige streek voor een wandeling of fietstocht. Wie tijdens zo’n tocht even halt houdt bij de pittoreske Sint-Gorikskerk en de traptoren van dichtbij bekijkt, ontdekt daar iets bijzonders: twee mysterieuze stenen gezichten of maskers die in de buitenmuur zijn ingemetseld.

“De geschiedenis van deze plek gaat ver terug. Volgens de officiële Vlaamse Inventaris van het Onroerend Erfgoed (erfgoedobject 9807) werd de parochie al in 1172 voor het eerst vermeld. De inventaris omschrijft de sculpturen kortweg als ’twee merkwaardige romaanse maskerkoppen van ijzerzandsteen'”, legt NUUS-lezer Tilo Van Den Berge uit. “Als geïnteresseerde passant begon ik er echter over na te denken of die verklaring wel helemaal klopt. Het valt namelijk op dat de hoofden een heel andere, compactere en donkere steensoort hebben dan de roodbruine, poreuze ijzerzandsteen die elders in de kerkmuren te zien is. Het materiaalverschil is voor wie ervoor staat heel herkenbaar. Hoewel ik geen expert ben, heb ik al vele romaanse kerken bezocht en fotoboeken over deze bouwstijl bekeken, maar zoiets als deze stenen maskers ben ik werkelijk nog nergens tegengekomen. Bovendien was deze parochie historisch gezien altijd bijzonder arm. De kerk werd door de eeuwen heen telkens weer provisorisch opgelapt. Juist in zo’n sobere plattelandskerk verwacht je niet direct zo’n uniek, specifiek voor deze plek vervaardigd kunstwerk. Wat me als leek ook aan het denken zette, is de logica van de verschillende bouwfasen. Een deel van de toren en het portaal bestaat uit prachtig behouwen, regelmatige, lichte zand- of kalksteenblokken uit de romaanse tijd. Als de maskerkoppen destijds door dezelfde romaanse meesters waren gemaakt, zou het dan niet logisch zijn geweest dat ze uit dezelfde lichte steen en met een vergelijkbare afwerking waren gemaakt? In werkelijkheid lijken de hoofden een vreemd element in het geheel. Omdat ze uit een andere steensoort bestaan, horen ze noch bij de oorspronkelijke lichte bouwsteen, noch bij de latere materialen. Ze vormen een vreemd lichaam in deze systemen.”