Indien je opgroeide in de jaren vijftig heb je het beleefd. We gingen ‘s morgens van huis en speelden de hele dag zolang we er maar voor zorgden terug thuis te zijn bij valavond. Niemand kon ons de hele dag bereiken. Geen gsm’s. Onvoorstelbaar. We sneden ons en braken botten en tanden, het gaf geen aanleiding tot rechtszaken. Het waren ongevallen. Niemand viel iets te verwijten, behalve onszelf. Herinner je je nog de ongevallen? We vochten, kregen klappen, we leerden er mee leven. We aten snoepgoed, brood, peperkoek en dronken liters limonade, we hadden geen overgewicht,…we waren voortdurend buiten aan het spelen. We deelden onze drank door samen aan dezelfde fles te drinken en niemand is daar ziek van geworden. We hadden geen playstation, Nintendo, X —Box, videospelletjes, 60 televisiezenders, i- pod, internet, chatrooms, geen bergen speelgoed,…we hadden vrienden. We reden per fiets of wandelden naar een vriend thuis, belden aan of gingen via de achterdeur binnen,helemaal alleen.
We vonden spelletjes uit met stokken en hoewel we er voor werden gewaarschuwd, niemand verloor een oog. Niet iedereen mocht mee voetballen en diegenen die geen ploeg vonden, bleven ontgoocheld achter. Onze daden waren die van onszelf. Gevolgen werden verwacht. Niemand of niets om zich achter te verbergen. De idee van een ouder die ons verdedigde indien we de wet overtraden was ongekend. Ze steunden het gezag, de wet – stel je dat nu voor.
Als kind reden we soms mee in auto’s (in de jaren vijftig hadden niet zoveel Oosterzelenaars al een auto) zonder veiligheidsgordels en airbags. We hadden geen kind-veilige afsluitingen op geneesmiddelen, deuren of kasten, we reden met onze fiets zonder helm. We dronken water van de pomp, van het kraantje, niet uit de fles. We brachten uren door met het monteren van speelgoed uit…rommel, experimenteerden met het uiteen halen en opnieuw in elkaar steken van oude radio’s, brachten de kindertijd samen door, versleten de broek of de rok op de banken van de jongens- en meisjesschool. We zijn allemaal ‘opgekweekt’ of grootgebracht — men sprak nog niet van opvoeden — thuis bij de Leuvense stoof door moeder zelf of door grootmoeder (de kinderkribben zouden later komen). Het ouderlijk gezag was onaantastbaar en de wereldlijke en kerkelijke autoriteiten werden met het grootste gezag en respect bejegend. De vrijdag werd er geen vlees gegeten. Voor Pasen gold een 40 dagen durende vasten. Bij tal van families werden godvruchtige litanie ën en paternosters gebeden. De heilige Antonius werd aanroepen voor het terugvinden van zoekgeraakte voorwerpen met de belofte enkele kluiten (zo noemde men in de jaren vijftig het kleingeld) in de offerblok te deponeren. Bij hevig onweer, huiverend van angst wijwater sprenkelend met de palmtak.
Laat dit een schets van de tijdsgeest zijn, een nostalgische terugblik naar de fifties. De jaren ‘50 hadden hun eigen rijkdom en charmes. De jaren ‘50 kenden een explosie aan innovaties en nieuwe idee ën. We kenden vrijheid, mislukking, succes en verantwoordelijkheid en leerden hiermee om te gaan. De wasmachine, de stofzuiger, de auto, de tv, het eigen huis in het bereik van onze ouders. De tieners van de jaren vijftig begonnen hun eigen plaats op te eisen. We hoefden niet langer van de schoolbanken vanaf 14 jaar de fabriek in, het volwassen leven werd uitgesteld. Hoewel het merendeel van de jeugd nog braafjes volgde en geloofde wat vader, moeder, mijnheer de Deken, de onderpastoors, de nonnetjes, de burgemeester en de meester zeiden, stortte een ander deel van de jeugd zich in een eigen cultuur, een eigen levensstijl en de nieuwerwetse idolen in film en muziek. Posters van Elvis Presley, Marlon Brando, Marilyn Monroe, James Dean, Brigitte Bardot (daar heb ik zelf jaren van wakker gelegen), Frank Sinatra, Fats Domino (mijn idool), Kim Novak, Ray Charles, Gene Kelly, Nathalie Wood,…sierden de jeugdkamers. De imperatieven kwamen uit Hollywood. De Kerk vond het schandelijk, dat gedweep met de film- en muziekgoden. De jeugd ontving graag de nieuwe boodschap uit het ‘Droomland’. De jeugd ging op in de rock ‘n roll, de beat, de cool jazz, de jeans, de leren jekkers en vetkuiven. De oudere generatie begreep niet waar de jongeren heen wilden. Het leven was toch goed zoals het was? De jaren vijftig gebeurden zestig jaar geleden, prentkaarten, spullen, posters, prentjes,…zijn nu een collectors item. In wezen waren de jaren vijftig een gezegend tijdperk. Reporter 17









