Zestien leerkrachten bewegingsopvoeding van de scholengemeenschap Sint-Franciscus in Zottegem, Herzele en Sint-Lievens-Houtem trokken in het kader van Erasmus+ naar het Italiaanse Firenze. Tijdens schoolbezoeken wisselden ze ervaringen uit over bewegingsonderwijs, inclusie en diversiteit. De reis leverde niet alleen nieuwe inzichten op, maar versterkte ook de samenwerking tussen de leerkrachten van de verschillende scholen.
De internationale uitwisseling past binnen een ruimer traject van de scholengemeenschap, die twaalf scholen telt. “Al een paar jaar gaan we over de grenzen heen op zoek naar goede praktijkvoorbeelden”, vertelt coördinerend directeur Christ Meuleman. “Daarvoor schrijven we een uitgebreid subsidiedossier. Met onze twaalf scholen vormen we een consortium waarmee we op internationaal niveau willen bijleren. Elk schooljaar kunnen leerkrachten zich kandidaat stellen om aan zo’n uitwisseling deel te nemen.”
Het bezoek aan Firenze was volgens Meuleman inspirerend, maar soms ook confronterend. “Leerkrachten bewegingsopvoeding studeren in Italië zes jaar aan de universiteit. Tegelijk wordt er door de overheid de laatste jaren flink bespaard, waardoor het aantal lesuren beweging teruggeschroefd wordt en de accommodatie in de scholen soms bedroevend is.”
Jan Vermeulen, die binnen de scholengemeenschap de vakgroep Lichamelijke Opvoeding coördineert, werkte het programma uit met coördinator internationalisering Els Van Boxstael. Tijdens de ontmoetingen met Italiaanse collega’s kwamen heel wat herkenbare uitdagingen aan bod.
“Ook Italiaanse scholen worden geconfronteerd met leerlingen met verschillende culturele achtergronden en uiteenlopende onderwijsbehoeften”, zegt Vermeulen. “Daarnaast ervaren leerkrachten, net als in Vlaanderen, dat moeilijk gedrag steeds vaker een uitdaging vormt.”
Bijzondere aandacht ging naar de manier waarop Italiaanse scholen inclusief onderwijs organiseren. “Italië kent geen scholen voor buitengewoon onderwijs zoals die bij ons bestaan. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften volgen les binnen het gewone onderwijs. Dat zorgt voor een andere kijk op inclusie en maakte het thema bijzonder interessant voor onze leerkrachten”, aldus Vermeulen.
Ook buiten de schoolbezoeken bleef bewegen de rode draad. De leerkrachten namen deel aan de stadsloop Corri La Vita en gingen roeien op de Arno. Die gezamenlijke activiteiten sloten aan bij een van de centrale thema’s van de reis: de verbindende kracht van bewegingsopvoeding.
“Bewegen biedt kansen om samen te werken, grenzen te leren kennen, sociale vaardigheden te ontwikkelen en kinderen met verschillende mogelijkheden en achtergronden samen te brengen”, vertelt Els Van Boxstael. “Na de schoolbezoeken hebben we daar met de hele groep over gereflecteerd. We wisselden goede praktijkvoorbeelden uit met de Italiaanse collega’s, maar de deelnemers leerden ook veel van elkaar. De opgedane kennis en inzichten worden verder gedeeld binnen onze scholengemeenschap.”
De uitwisseling krijgt zo ook na de terugkeer een vervolg. Naast nieuwe ideeën namen de deelnemers een sterkere onderlinge band mee naar huis.
“Door samen scholen te bezoeken, ervaringen uit te wisselen en ook buiten de schoolmuren tijd door te brengen, groeide een groep collega’s die elkaar beter leerde kennen en samen verder wil bouwen aan sterk bewegingsonderwijs voor alle leerlingen”, besluit Christ Meuleman. “Daar wordt onze scholengemeenschap alleen maar beter van.”






