Lezersbrief: “Mijn brief was geen aanval op Zottegem”

Een lezersbrief na de lezersbrief die gisteren zondag werd gepubliceerd (zie link).

(NUUS staat open voor lezersbrieven. De publicatie van een lezersbrief betekent niet altijd dat de NUUS-redactie ook akkoord gaat met de inhoud ervan, red.)

De voorbije uren las ik de stortvloed aan reacties op mijn eerdere lezersbrief over de keuze van Stad Zottegem om anno 2025 nog steeds een klassieke blackface-Zwarte Piet te gebruiken. Ik wil daar graag op reageren, niet om olie op het vuur te gooien, maar om duidelijk te maken wát deze reacties over onze stad zeggen.

Want eerlijk: de inhoud van mijn brief werd nauwelijks betwist.

Wél werd mijn persoon uitgebreid onder vuur genomen.

Ik zag onder meer:

dat ik moest “verhuizen als het me niet aanstaat”

dat ik een “onnozelaar”, “pipo” of “zagevent” ben

dat ik maar “een brood moet bakken”

dat “alles moet wijken voor die gasten”

dat wie zich gekwetst voelt “maar moet teruggaan van waar ze komen”

Dat zijn geen argumenten.

Dat zijn reflexen.

En reflexen zeggen vaak meer over een samenleving dan een traditie zelf.

Bijna niemand ging in op de kern van de zaak:

hoe raciale stereotypen werken,

wat ze met kinderen doen,

wat pedagogen en kinderrechtenorganisaties hierover al jaren zeggen,

of hoe we tradities kunnen aanpassen zonder ze af te schaffen.

Wat mij vooral opviel, is hoe vaak men schreef:

“Ik heb daar vroeger nooit problemen mee gehad.”

“Ik zag dat niet als racistisch.”

“Geen enkel kind dat ik ken wordt daar slechter van.”

Dat is precies het punt.

Veel mensen hoefden zich vroeger niet af te vragen of iets kwetsend was — niet omdat het niet kwetsend wás, maar omdat zij er zelf nooit het slachtoffer van konden zijn.

Dat noemen we privilege.

Niet als verwijt, maar als feit.

Wat ik ook zag, was angst.

Angst dat “onze cultuur” verdwijnt.

Angst dat “we niks meer mogen zeggen”.

Angst dat verandering synoniem is met verlies.

Maar cultuur verdwijnt niet omdat we ze laten meegroeien met de samenleving.

Cultuur sterft nét wanneer we haar vastketenen aan het verleden en weigeren om nieuwe inzichten toe te laten.

Ik werd er vaak van beschuldigd het “Zottegems gevoel” te willen afpakken.

Niets is minder waar.

Ik gun elk kind — wit, zwart, gemengd, nieuwkomer of geboren op de Markt — dezelfde warme, veilige tradities waar ik zelf mee ben opgegroeid.

Maar dan wél tradities die niemand uitsluiten of vernederen, ook niet onbewust.

Tot slot wil ik één iemand bedanken:

de stille meelezers, die geen scheldwoorden gebruiken, die wel nadenken, die begrijpen dat samenleven soms betekent dat je niet vasthoudt aan vorm, maar aan waarden.

Mijn brief was geen aanval op Zottegem.

Mijn brief was een uitnodiging tot empathie, nuance en toekomst.

Wie daarin een bedreiging ziet, heeft misschien niet mijn brief gelezen — maar enkel zijn eigen angst.

Met vriendelijke groet,

Carl Ongena