Geraardsbergen. De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, heeft zich in een tussenvonnis gebogen over een jarenlang aanslepend bouwgeschil rond de realisatie van het Kenniscentrum in Geraardsbergen. In de zaak staat de aannemer van het project tegenover de stad Geraardsbergen en het betrokken architectenbureau. De kern van het conflict draait rond vertragingen, meerwerken en de vraag wie daarvoor verantwoordelijk is. Weerbaar Geraardsbergen bond deze week reeds de kat de bel aan.
Van aanbesteding tot conflict
De stad Geraardsbergen schreef in januari 2017 een overheidsopdracht uit voor de bouw van het Kenniscentrum. De werken startten in maart 2017 en moesten volgens planning binnen een vastgelegde termijn worden afgerond. Al tijdens de uitvoering doken echter problemen op. De aannemer stelde dat verschillende uitvoeringsdetails in het bestek onduidelijk waren en dat het ontwerp in de praktijk niet uitvoerbaar bleek zonder aanpassingen.
Vanaf 2018 volgden meerdere brieven, opmerkingen en ingebrekestellingen. De aannemer wees onder meer op problemen met de zonwering, gevelafwerking en technische uitvoeringsdetails, en stelde dat noodzakelijke aanpassingen als meerwerken moesten worden beschouwd. De stad en de architect hielden echter vast aan het oorspronkelijke ontwerp en het bestek, wat volgens hen correct en uitvoerbaar was.
De werken liepen vertraging op, waarna de stad vertragingsboetes begon aan te rekenen. Pogingen tot een minnelijke regeling liepen op niets uit.
Gerechtelijke stappen en deskundigenonderzoek
In 2020 en 2021 volgden formele dagvaardingen. De rechtbank stelde een gerechtelijk deskundige aan om de technische en contractuele betwistingen te onderzoeken. In zijn verslag wees de deskundige op een samenloop van factoren: enerzijds onduidelijkheden en ontwerpkeuzes die tot discussie leidden, anderzijds laattijdige meldingen en uitvoeringsproblemen langs de zijde van de aannemer. Volgens de deskundige kon de vertraging niet volledig aan één partij worden toegeschreven.
De aannemer vordert in totaal meer dan 271.000 euro, exclusief intresten en gerechtskosten. Het gaat onder meer om 208.513,76 euro aan meerwerken, die volgens hem noodzakelijk waren om het project uitvoerbaar te maken. Daarnaast vraagt hij de vrijgave van een borgsom van 34.242,27 euro, betwist hij vertragingsboetes ten belope van 97.700 euro en eist hij een forfaitaire schadevergoeding van 40.000 euro voor de geleden financiële en organisatorische schade.
Standpunten lijnrecht tegenover elkaar
De stad Geraardsbergen betwist de vorderingen en stelt dat het bestek voldoende duidelijk was en dat eventuele problemen tijdig hadden moeten worden gemeld, zoals de regelgeving inzake overheidsopdrachten voorschrijft. Volgens het stadsbestuur zijn de vertragingen vooral te wijten aan tekortkomingen in de uitvoering en aan laattijdige communicatie door de aannemer. Ook het architectenbureau wijst aansprakelijkheid van de hand en benadrukt dat het ontwerp conform het bestek was en dat aanpassingen niet noodzakelijk waren.
De aannemer daarentegen houdt vol dat hij herhaaldelijk en voldoende duidelijk aan de alarmbel trok, maar dat zijn opmerkingen werden genegeerd of te laat werden opgepikt, met vertragingen en meerkosten tot gevolg.
Nog geen eindbeslissing
De rechtbank benadrukt in haar tussenvonnis dat bezwaren bij overheidsopdrachten tijdig, formeel en ondubbelzinnig moeten worden geformuleerd, maar sluit niet uit dat bepaalde tekortkomingen aanleiding kunnen geven tot aansprakelijkheid. Omdat het dossier nog onvoldoende is uitgeklaard, besliste de rechtbank tot heropening van de debatten op 29 januari. Partijen krijgen de kans om bijkomende conclusies neer te leggen. Een definitief oordeel over aansprakelijkheid en eventuele schadevergoedingen volgt later.
Julien Borremans







