Geraardsbergen. Het voorstel van Sofie Gommers om het standplaatsgeld voor marktkramers af te schaffen, moet een hefboom worden om de Geraardsbergse markt opnieuw aantrekkelijk te maken. Met dat idee wil ze inspelen op de aanhoudende terugval van de wekelijkse markt, die al langer aan populariteit inboet.
De timing van het voorstel is niet toevallig. In april vindt opnieuw de Maand van de Markt plaats, een moment waarop traditioneel wordt stilgestaan bij het belang van lokale markten. In Geraardsbergen klinkt echter steeds vaker bezorgdheid over de toekomst van die markt. Tijdens de gemeenteraad van 30 september 2025 werd al duidelijk dat de aantrekkingskracht van vroeger sterk is afgenomen.
Meer lokaal niveau
Hoewel lokale besturen weinig invloed hebben op internationale trends zoals goedkope webshops en massaproductie, ligt er volgens Gommers wel een duidelijke rol op lokaal niveau. De stad kan immers maatregelen nemen om de markt opnieuw aantrekkelijker en leefbaarder te maken.
Uit gesprekken met marktkramers blijkt dat de rendabiliteit onder druk staat. Vooral de kostprijs van standplaatsen en bijkomende lasten wordt als struikelblok ervaren. Voor sommige handelaars vormt dat een reden om af te haken of om zich niet in Geraardsbergen te vestigen.
Met haar voorstel kijkt Gommers naar het voorbeeld van Brakel, waar het standplaatsgeld werd afgeschaft. Volgens haar kan een gelijkaardige maatregel in Geraardsbergen de instapdrempel verlagen, nieuwe marktkramers aantrekken en zo opnieuw meer volk naar de markt lokken.
De bal ligt nu in het kamp van het stadsbestuur. Gommers vraagt het college om te onderzoeken of een gratis markt haalbaar is en wat de financiële impact zou zijn. De uitkomst van dat onderzoek kan meebepalen of de Geraardsbergse markt opnieuw kan uitgroeien tot een bruisende ontmoetingsplek.
Julien Borremans







