Stel dat de inlichtingendiensten ontdekken dat terroristen een aanslag beramen op jouw stad. En dat ze tijdig aan het stadsbestuur uitleggen wat er moet gebeuren om doden en gewonden zoveel mogelijk te voorkomen, maar het bestuur vervolgens niets doet. We zouden witheet van woede zijn en die bestuurders met pek en veren uit het pluche verjagen. De woorden ‘schuldig verzuim’ zouden vallen.
Ongeveer hetzelfde is aan de hand op wereldschaal.
Al tientallen jaren klinkt de sirene van de wetenschap.
Klimaatfysicus en voormalig IPCC-ondervoorzitter Jean-Pascal van Ypersele roept het al jaren niet meer vanuit een ivoren toren, maar rechtstreeks aan de tafels van de macht: de opwarming van de aarde is geen hypothetisch toekomstscenario, maar een fysieke realiteit die onze complete samenleving ontwricht.
Zesendertig jaar geleden al waarschuwden wetenschappers zoals hij ons voor de dodelijke vernielingen en economische verlamming waarover het nu ‘updates’ regent: ‘tienduizenden geëvacueerd’, ‘duizenden hittedoden’, ‘gevaarlijke rook door natuurbranden’, ‘stroomnetten bezweken onder extreme hitte’, ‘mislukte oogsten en verdord landbouwgebied’.
En het blijft niet bij hitte alleen; ook de aders van onze economie drogen letterlijk op.
Terwijl de waterstand van de Rijn door aanhoudende droogte naar een historisch dieptepunt zakt, stuiten we op de keiharde logistieke limieten van onze planeet. Binnenschepen kunnen nog maar op een fractie van hun capaciteit varen, vrachten worden onbetaalbaar duur en de concurrentiepositie van havens als Antwerpen en Rotterdam staat onder druk.
Zoals transporteconoom Thierry Vanelslander (UAntwerpen) opmerkt: “Vroeger hadden we dit heel occasioneel, maar sinds 2019 zien we dit vaker en vaker voorkomen.”
Extreme droogte wisselt af met onbevaarbare hoogwaterpieken. Het gevolg? Een paradoxale ‘reverse modal shift’ waarbij bedrijven weer massaal uitwijken naar de vrachtwagen.
“We onderhandelen niet met de wetten van de fysica en de chemie,” waarschuwt Van Ypersele steevast.
Toch is de waarschuwing van de wetenschap grotendeels in de wind geslagen. Wereldwijd daalt de CO2 uitstoot nog altijd niet, al stijgt ze gelukkig minder snel. De fossiele industrie wordt nog altijd fiks gesubsidieerd. Terwijl steeds meer burgers de tol betalen en schippers toeslagen moeten doorrekenen, zullen de fossiele reuzen hun nettowinst in het tweede kwartaal naar verwachting bijna verdubbelen.
De politieke reactie op al deze cijfers staat haaks op wat de logica en de natuurkunde voorschrijven. De Europese Commissie, die nu pas merkt dat de respons op de razendsnel oprukkende inferno’s en droogtes “niet volstaat”, zwakt haar eigen Green Deal af door het emissiehandelsysteem (ETS) te versoepelen. Daardoor verschuift het einddoel van een emissievrije industrie negen jaar naar 2048. Vlaanderen heeft nog altijd geen natuurherstelplan en breidt energiesteun voor bedrijven uit, terwijl het water in onze rivieren en kanalen verdwijnt.
Zo verlaten we steeds sneller de smalle ‘kritieke klimaatzone’ waarin we als soort altijd hebben geleefd. De steden, infrastructuren en landbouw die we hebben uitgebouwd op basis van dat stabiele klimaat zijn voortaan niet meer leefbaar of functioneel zonder immense aanpassingen. De bossen die ons beschermen tegen droogte en hitte zullen steeds meer in rook opgaan en er zullen steeds meer doden vallen.
Maar er is een groot verschil tussen het fictieve voorbeeld van de terreurdreiging tegen een stad en de klimaataanslag op de wereld.
Het meest angstaanjagende aan deze zomers van hittedoden, droogvallende rivieren en monsterbranden zijn niet de verkoolde lichamen van toeristen, net te laat om aan de vuurzee te ontsnappen. Het zijn niet de mensen die dood zijn aangetroffen in bloedhete flats, de vastgelopen binnenvaart of de steeds minder controleerbare branden die levens uitwissen.
Het meest ijzingwekkende is het gebrek aan woede. De stilte en de onverschilligheid. Het cynisme (“die hittedoden, dat zijn maar wat oude mensen”). De politieke nalatigheid (“spring in je zwembad”, “gebruik je verstand”). De moedwillige verwaarlozing (waar blijft het structureel adaptatiebeleid voor onze drinkwatervoorraad en transportnetwerken?).
En het besef dat straks, wanneer het winter is en we sakkeren op de energieprijzen, er schamper zal worden gedaan over de grootste terreuraanslag die de mens ooit heeft meegemaakt. In het beste geval.
In het meest waarschijnlijke geval zullen de rapporten en waarschuwingen — waar experts als Van Ypersele al hun hele carrière voor strijden — tegen januari alweer, voor het 37ste jaar op rij, worden weggewuifd als hysterisch alarmisme dat “de weerbaarheid van onze economie” aantast.
Maar de feiten laten geen ruimte voor politieke spintaal. Het is juist dát schuldig verzuim dat ons én onze economie steeds weerlozer maakt.
Hoe pakken de gemeenten in Zuid-Oost-Vlaanderen de klimaatcrisis aan? Is er sprake van doordacht beleid, of heerst er vooral bestuurlijke onverschilligheid?







