Zomerlief.

Gisteren stond ik aan de bushalte. Samen met een wat oudere dame. En zoals steeds sla ik dan een praatje. Over het weer dat je dat niet is. Over de bus die te vroeg dan wel te laat is. Of over de kleinkinderen die ook al het huis uit zijn en aan het studeren zijn in het verre Gent en niet meer elke dag langs komen. De dame begreep dat wel. Het leven gaat verder en ze moeten goed hun best doen. Als ze in het weekend maar eens langskomen. En als dat eens niet lukt dan zal daar wel een aannemelijke reden voor zijn.

De dame had er al een paar decennia opzitten en rimpels en kraaienpootjes waren in haar geval een eufemisme, maar ze zag er zomers uit en had het grijze haar nonchalant opgestoken. Toen de bus eindelijk arriveerde en de dame de losgekomen haarslierten achter het oor stak, zag ik in de lage zon een jonge vrouw staan. Een silhouet dat ooit menig man moet gek gemaakt hebben. En in haar ogen zag ik een kleine fonkeling alsof ze de beperkte magie van dit moment zelf in de hand had. Dacht ik.

Toen ze ter bestemming kwam kreeg ik een fijne glimlach en een minieme knipoog. Dacht ik. En ik probeerde te tellen hoeveel mannenharten ze ooit op hol liet slaan om ze dan stilletjes te breken. En hoeveel jongelingen haar ooit het hof hadden gemaakt. Ik? Ik kreeg de kans niet. Alweer een zomerlief mislopen.