Van de dorpskamer in Eke tot het betonnen gebed in Oudenaarde: Het jaar van Juliaan Lampens

Wie deze zomer door de Vlaamse Ardennen trekt, doet dat niet alleen voor de legendarische kasseistroken of de groene vergezichten. In 2026 leiden alle wegen voor architectuurliefhebbers naar de as tussen Nazareth en Oudenaarde. Het is exact honderd jaar geleden dat de visionaire architect Juliaan Lampens (1926-2019) werd geboren, en dat wordt gevierd met een eerbetoon dat even krachtig is als zijn iconische ontwerpen in zichtbeton.

Kerselare: Een wonder in de schaduw van Oudenaarde

Wie de sporen van Lampens  volgt richting het zuiden, stoot in Oudenaarde op het absolute hoogtepunt van zijn oeuvre: de Bedevaartkapel van Onze-Lieve-Vrouw van Kerselare.

Dit is niet zomaar een gebouw; het is een mijlpaal in de wereldwijde geschiedenis van de bouwkunst.

Waar de bibliotheek in Eke uitnodigt tot dialoog, dwingt de kapel in Kerselare stilte af. Het is een spirituele krachtpatser, volledig opgetrokken uit glas en beton.

Radicale eenvoud: Geen tierlantijntjes of goud, maar de rauwe eerlijkheid van één enkel materiaal.

Het zwevende dak: Een technisch wonder waarbij een gigantische betonnen luifel over de gelovigen lijkt te waken, terwijl de open glaswanden het glooiende landschap van de Vlaamse Ardennen naar binnen trekken.

Kerselare bewees definitief dat beton kan ademen en dat moderne architectuur een diepe, religieuze ontroering teweeg kan brengen.

Eke: De modernistische dorpskamer

De provincie Oost-Vlaanderen trapt het feestjaar af met een nieuwe Erfgoedsprokkel, gewijd aan de bibliotheek van Eke. Dit gebouw, door Lampens ontworpen als een openbaar “dorpshuis”, is een schoolvoorbeeld van zijn filosofie. Geen muren die mensen scheiden, maar een open plattegrond waar bibliotheek en jeugdclub naadloos in elkaar overvloeien.

Dankzij de nieuwe gids ontdekken bezoekers de ingenieuze details van dit brutalistische meesterwerk:

Zwevend meubilair: Tafels en banken lijken uit de betonnen wanden te groeien, waardoor de vloer vrij blijft en de ruimte een ongekende lichtheid krijgt.

Eerlijke architectuur: In Eke zie je de “naakte” waarheid van het gebouw. De textuur van het hout waarmee het beton werd gegoten, vormt de enige decoratie die de ruimte nodig heeft.

Wie de sporen van Lampens verder volgt richting het zuiden, stoot in Oudenaarde op het absolute hoogtepunt van zijn oeuvre: de Bedevaartkapel van Onze-Lieve-Vrouw van Kerselare. Dit is niet zomaar een gebouw; het is een mijlpaal in de wereldwijde geschiedenis van de bouwkunst.

Waar de bibliotheek in Eke uitnodigt tot dialoog, dwingt de kapel in Kerselare stilte af. Het is een spirituele krachtpatser, volledig opgetrokken uit glas en beton.

Radicale eenvoud: Geen tierlantijntjes of goud, maar de rauwe eerlijkheid van één enkel materiaal.

Het zwevende dak: Een technisch wonder waarbij een gigantische betonnen luifel over de gelovigen lijkt te waken, terwijl de open glaswanden het glooiende landschap van de Vlaamse Ardennen naar binnen trekken.

Kerselare bewees definitief dat beton kan ademen en dat moderne architectuur een diepe, religieuze ontroering teweeg kan brengen.

Een pelgrimstocht door de regio

Het Lampensjaar 2026 verbindt deze locaties door middel van tentoonstellingen, een nieuwe fietsroute en de gratis Erfgoedsprokkel. Het provinciaal bestuur ondersteunt dit initiatief met een projectsubsidie van 35.000 euro, een erkenning voor Lampens als een van de meest bijzondere Oost-Vlamingen van de voorbije eeuw.

Of je nu start in de intieme “dorpskamer” van Eke of eindigt bij het monumentale beton van Oudenaarde: de nalatenschap van Lampens laat niemand onverschillig. Het is architectuur die je niet alleen ziet, maar die je voelt in de toppen van je vingers.

PRAKTISCH VOOR HET LAMPENSJAAR

Gratis Gids: De Erfgoedsprokkel (16 pagina’s) is gratis af te halen tijdens de tentoonstelling in de bibliotheek van Eke of digitaal te vinden op de website van de provincie.

Restauratie: Het feestjaar markeert tevens de start van de restauratie van de bibliotheek in Eke, zodat dit meesterwerk ook voor de volgende generaties een publieke bestemming behoudt.

Zichtbeton-Route: Combineer de bibliotheek in Eke, het bureau van de architect en de kapel in Kerselare voor de ultieme Lampens-ervaring in de regio.

In de geest van Juliaan Lampens: terug naar de essentie, terug naar de pure vorm.

En even ter herinnering : de film “the Brutalist”

Hoewel de film vaak wordt besproken in de context van grote streamingdiensten (zoals Netflix of Prime Video), was het oorspronkelijk een grote bioscooprelease van regisseur Brady Corbet. In de film vertolkt Adrien Brody de rol van de fictieve Joods-Hongaarse architect László Tóth.

Waar gaat de film over?

De film is een episch drama van ruim drieënhalf uur en volgt het leven van László Tóth, een overlever van de Holocaust die na de Tweede Wereldoorlog naar de Verenigde Staten emigreert.

Het verhaal: Tóth probeert zijn carrière als visionair architect (opgeleid aan het Bauhaus) weer op te pakken. Hij krijgt de kans van zijn leven wanneer een rijke industrieel hem vraagt een monumentaal, brutalistisch gebouw te ontwerpen.

De stijl: De film is een ode aan het brutalisme — de stijl waarin ook Juliaan Lampens werkte. Je ziet in de film de obsessie met beton, licht en de rauwe, eerlijke structuren die zo typerend zijn voor die stroming.

Fictie vs. Realiteit: Hoewel László Tóth een verzonnen personage is, is zijn verhaal gebaseerd op de levens van echte modernistische architecten zoals Marcel Breuer (die onder meer het Whitney Museum in New York ontwierp).

Leuk om te weten (de link met Lampens)

Er is een opvallende visuele gelijkenis tussen de gebouwen die Tóth in de film ontwerpt en het werk van Juliaan Lampens. De nadruk op “eerlijk beton”, de enorme overspanningen en de spirituele kracht van de architectuur in The Brutalist zullen elke bewonderaar van de kapel in Kerselare of de bibliotheek in Eke ongetwijfeld kippenvel bezorgen.