Zarlardinge. Met Lieze & Nono schreef Marleen De Smet uit Zarlardinge een aangrijpende roman over misbruik, macht, schaamte en stilzwijgen. Het verhaal speelt zich af in het Vlaanderen van het interbellum, maar de thema’s blijven volgens de schrijfster actueel. De roman is geïnspireerd door familieverhalen, getuigenissen en eigen ervaringen.
Toch benadrukt Marleen De Smet dat het geen letterlijk familieverslag is: “Ik heb feiten, verhalen van mensen en fictie samengebracht. Sommige namen en details zijn aangepast. Uiteindelijk moet je een roman schrijven, met personages die evolueren.”
Centraal staat Lieze, een weesmeisje dat eerst in een instelling en later in een pleeggezin terechtkomt. Daar wordt ze verwaarloosd en seksueel misbruikt door haar pleegvader. Wanneer ze zwanger raakt, wordt ze naar een klooster gebracht om er in het geheim te bevallen. Een zwangerschap buiten het huwelijk was in die tijd een grote schande. De omgeving koos ervoor alles te verbergen in plaats van het meisje te beschermen.
De titel verwijst naar de knuffelbeer Nono, Liezes belangrijkste houvast. Wanneer volwassenen haar in de steek laten, biedt hij troost en veiligheid. Nono staat voor Marleen De Smet symbool voor troost, de mogelijkheid om ondanks alles verder te gaan.
Een verhaal dat bleef nazinderen
Het idee voor de roman ontstond bij Marleen De Smet tijdens haar jeugd. Tijdens familiebijeenkomsten hoorde ze vertellen over een weesmeisje dat in een instelling terechtkwam en later zwanger werd van een familielid. “Dat verhaal is mij altijd bijgebleven. Het heeft mij achtervolgd, maar ook geboeid.”
Marleen De Smet koos voor Lieze, omdat haar verhaal een verband legt met de hedendaagse discussies over misbruik. “Het verhaal speelt zich af tussen de twee wereldoorlogen, maar schaamte, misbruik en het verzwijgen van wat er gebeurt, zijn niet verdwenen.” De auteur wil tonen hoe slachtoffers in een gesloten samenleving hun stem verloren. Wie macht had, werd geloofd; wie kwetsbaar was, moest zwijgen.
De commandocultuur van vroeger
Volgens Marleen De Smet was de samenleving waarin ze opgroeide sterk hiërarchisch. “Er was vroeger een echte commandocultuur. Je moest
luisteren en stelde geen vragen. Assertief zijn werd niet aangemoedigd.”
Die mentaliteit komt ook in Lieze & Nono naar voren. Kinderen hadden weinig inspraak en waren afhankelijk van volwassenen die niet altijd het beste met hen voorhadden. In instellingen, gezinnen en religieuze gemeenschappen werd gehoorzaamheid vaak belangrijker gevonden dan bescherming of waarheid.
De kerkelijke omgeving speelt een belangrijke rol in de roman. De auteur wil niet alle gelovige mensen of de kerk als geheel veroordelen. Wel toont ze hoe religie en gezag konden worden misbruikt. “Wanneer iemand als pastoor, pater, zuster of moeder-overste vanzelfsprekend gezag had, werd het voor slachtoffers bijzonder moeilijk om tegen die persoon in te gaan.”
Misbruik en stilzwijgen
Kinderen en vrouwen die vroeger met geweld of misbruik te maken kregen, konden volgens Marleen De Smet nauwelijks ergens terecht. Problemen werden binnenskamers gehouden en slachtoffers werden niet altijd geloofd. “Wanneer een kind werd misbruikt of een vrouw werd mishandeld, werd van hen verwacht dat ze gewoon doorgingen. Naar hun verhalen werd niet geluisterd.”
In dorpen en instellingen vormden invloedrijke personen vaak een gesloten netwerk. Wie tegen hen inging, riskeerde uitsluiting. Marleen De Smet vermoedt dat nog lang niet alles bekend is over het misbruik in kerkelijke instellingen. “Wij weten volgens mij maar een deel van wat er is gebeurd. Er is zoveel verzwegen en toegedekt.”
Het gebrek aan getuigenissen betekent volgens haar niet dat er niets is gebeurd. Stilte kan het gevolg zijn van angst, schaamte en een gebrek aan vertrouwen.
Rik Devillé
Bij het schrijven van de kloosterpassages dacht de auteur aan Rik Devillé, die getuigenissen van slachtoffers van seksueel misbruik binnen de kerk verzamelde. Later kwam ze hem toevallig tegen en bezorgde ze hem een getypte versie van haar manuscript.
Volgens Marleen De Smet was Devillé geraakt door het verhaal. Hij steunde haar initiatief om het taboe te doorbreken en zou bereid zijn geweest een voorwoord te schrijven. De schrijfster spreekt met grote waardering over zijn inzet: “Wat Rik Devillé doet, chapeau. Vooral zijn boodschap aan slachtoffers is belangrijk: zij hoeven zich niet te schamen. De verantwoordelijkheid ligt bij de daders en bij degenen die het misbruik hebben toegedekt.”
Marleen De Smet verwijst ook naar een getuigenis uit Devillés boek In de naam van de vader. Daarin wordt een jongen in een instelling seksueel misbruikt door een pater. Wanneer hij zijn ouders probeert te vertellen wat er is gebeurd, wordt hij niet geloofd en moet hij terug naar het internaat.
Voor De Smet toont dit hoe diep de macht van gezagsdragers kon gaan. Het leed werd niet alleen veroorzaakt door het misbruik zelf, maar ook door het ongeloof en het gebrek aan bescherming.
Troost en herstel
Nono vormt het zachte tegengewicht voor de hardheid in het verhaal. “Wanneer Lieze niemand heeft, is hij er wel.” De knuffelbeer is haar vertrouweling en geeft haar de kracht om verder te gaan.
Marleen De Smet koos bewust voor een hoopvol einde. Lieze blijft getekend door wat haar is aangedaan, maar het verleden bepaalt niet haar hele leven. “Wat haar is aangedaan, blijft deel van haar geschiedenis, maar ze moet opnieuw de regie over haar leven kunnen nemen.”
De positieve afloop betekent niet dat het leed wordt geminimaliseerd. Niet iedereen die misbruik meemaakt, slaagt erin een nieuw leven op te bouwen. Sommigen dragen de gevolgen jarenlang of levenslang.
Voor Marleen De Smet is haar verhaal afgerond. Een vervolg komt er niet. Ze werkt momenteel aan een nieuw project over het leven van haar grootvader.
Julien Borremans
Het boek bestellen kan via: desmet.marleen@telenet.be of marleende@gmail.com







