Geraardsbergen maakt één miljoen euro vrij voor kunstgrasvelden: oppositie maakt gewag van “vriendjespolitiek”

Geraardsbergen. Het lokaal bestuur van Geraardsbergen wil de toekomst van het jeugdvoetbal ondersteunen met een investering van één miljoen euro. De gemeenteraad keurde een subsidiereglement en een reglement voor renteloze leningen goed, maar dat verliep niet zonder slag of stoot. Filip Pletinckx (Vlaams Belang) merkte op dat rond het toekennen van deze subsidies een geur van vriendjespolitiek hangt.

In een eerste fase kunnen maximaal twee voetbalclubs geholpen worden bij de aanleg van een kunstgrasveld. Per project is maximaal 300.000 euro subsidie voorzien. Daarnaast kan elke geselecteerde club een renteloze lening van maximaal 200.000 euro krijgen, terug te betalen over vijftien jaar. De club moet zelf minstens 50.000 euro investeren en haar financiële draagkracht aantonen met een financieel plan en aflossingsplan.

“Dit voorstel gaat in essentie niet alleen over kunstgras”, verklaarde schepen van Sport Stephan De Prez (Anders). “Het gaat over de toekomst van het jeugdvoetbal in Geraardsbergen en over de manier waarop wij onze sportverenigingen, jongeren en sportinfrastructuur willen ondersteunen.”

Meer speelruimte voor jeugd
Voetbal blijft één van de populairste sporten bij jongeren. Tegelijk verdwenen de voorbije twintig jaar verschillende clubs of gingen ze samen verder in een fusie. Daardoor zijn bestaande verenigingen groter geworden en neemt de druk op de beschikbare terreinen toe.

Kunstgrasvelden zijn volgens het stadsbestuur intensiever bespeelbaar en minder afhankelijk van weersomstandigheden. Ze zorgen voor minder afgelaste trainingen en wedstrijden en moeten de clubs toelaten hun jeugdwerking verder uit te bouwen.

De vier Geraardsbergse voetbalclubs met een jeugdwerking zouden bij de voorbereiding van het reglement betrokken zijn geweest. Volgens de meerderheid kregen ze allemaal de kans om een dossier in te dienen.

Gedeeld gebruik
De investering moet niet alleen de geselecteerde clubs ten goede komen. Clubs die met stedelijke steun een kunstgrasveld aanleggen, moeten het terrein minstens drie uur per week openstellen voor jeugdploegen van andere Geraardsbergse clubs die zelf geen kunstgrasveld hebben.

De projecten worden beoordeeld op basis van de kwaliteit van de jeugdopleiding, de financiële stabiliteit, het sociaal engagement en het gedeeld gebruik van het terrein.

Toch had de oppositie heel wat bedenkingen bij de regeling. Verschillende raadsleden van UP en Vlaams Belang en onafhankelijk raadslid Karel De Moyer benadrukten dat ze voorstander zijn van kunstgrasvelden, maar vrezen dat de middelen te veel bij twee clubs terechtkomen. Filip Pletickx (Vlaams Belang) merkte op dat de clubs aan de ene kant van de Oudenberg blijkbaar anders worden behandeld dan langs de andere kant.

“De twee uitgesloten clubs krijgen nul euro en dat voor de komende vier of vijf jaar”, klonk het tijdens de gemeenteraad. De oppositie stelde voor om ook andere noden, zoals kleedkamers, douches en infrastructuurwerken, te ondersteunen bij clubs die niet onmiddellijk voor een kunstgrasveld in aanmerking komen.

Kritiek op criteria en timing
Volgens de oppositie zijn de voorwaarden mogelijk te streng voor clubs met een nog jonge of beperkte jeugdwerking. Zij pleitten voor meerdere aanvraagrondes, zodat verenigingen die vandaag niet aan de criteria voldoen, de komende jaren de tijd krijgen om zich verder te ontwikkelen.

Ook het ontbreken van een minimumscore bij de beoordelingscriteria werd door Jonas Hanssens (UP) en Karel De Moyer (onafhankelijk raadslid) in vraag gesteld. Volgens de oppositie kunnen clubs al veel punten behalen op basis van voorwaarden die ze sowieso moeten vervullen. Daardoor zou financiële stabiliteit of gedeeld gebruik minder zwaar doorwegen.

Het verplichte gedeelde gebruik van drie uur per week werd eveneens bekritiseerd. Sommige raadsleden vinden dat dit in de praktijk slechts enkele trainingen voor andere clubs oplevert en onvoldoende is in verhouding tot de omvang van de investering.

Daarnaast werden vragen gesteld bij de financiële haalbaarheid van de leningen. Een lening van 200.000 euro die over vijftien jaar wordt terugbetaald, betekent een jaarlijkse aflossing van ruim 13.000 euro, exclusief andere kosten.

De meerderheid antwoordde dat de leningen niet automatisch worden toegekend. Elke club moet een realistisch financieel plan voorleggen en aantonen dat ze de verplichtingen kan nakomen. Ook een notarieel hypotheekmandaat moet de publieke investering helpen beschermen.

Geen stedelijk sportcomplex
Jens Rottiers van UP verwees dan weer naar het tweedehands kunstgrasveld in Nederhasselt, dat voor een veel lager bedrag werd aangelegd. “Waarom is bijvoorbeeld daar niet naar gekeken als goedkoper alternatief?” vroeg Jens Rottiers.

Schepen De Prez benadrukte dat de aanleg van twee kunstgrasvelden geen eindpunt is. Ook kleedkamers, energie-infrastructuur, vrijwilligers en andere noden blijven volgens hem belangrijke aandachtspunten. Het reglement werd uiteindelijk goedgekeurd met 18 stemmen voor en 12 tegen.

Julien Borremans