Na enige tijd afwezigheid, konden de Herzelenaars hun reuzen Walter, Aldegonde en Seger zaterdag opnieuw verwelkomen. Ze maakten hun herintrede naar aanleiding van de Stationskermis (zie link).
De herintrede kon op veel belangstelling rekenen en dat tot tevredenheid van Heidi Knop, schepen van Cultuur, Erfgoed en Kermissen Heidi Knop (Open VLD). “We zijn hier vandaag om de Stationskermis officieel te openen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Een tijd geleden vroegen we ons af: hoe zorgen we ervoor dat kleinere kermissen kunnen blijven bestaan? Het gemeentebestuur schreef daarover een brief naar de dorpsraden, en hier in Statie Herzele zijn ze meteen in actie geschoten”, klonk het in haar speech. “Met resultaat, want de kermis leeft opnieuw. Niet alleen dankzij de foorreizigers, maar ook door alles wat er rond gebeurt. Het kermiscomité stelde een mooi programma samen, voor jong en oud. Dat is puur vrijwilligerswerk en daar mogen we vandaag gerust eens voor applaudisseren. En alsof dat nog niet genoeg is, hebben we dit jaar opnieuw drie gasten van formaat op bezoek. Letterlijk. Vandaag verwelkomen we met trots onze reuzen Walter van Herzele, zijn vrouw Aldegonde en hun zoon Seger. Walter was een middeleeuwse heer die in De Burcht woonde, samen met Aldegonde en hun vier zonen. Vroeger hoorde het erbij: de Stationskermis en de reuzen. Maar toen het reuzencomité ermee stopte, verdwenen ze uit het straatbeeld. Vandaag komen ze weer naar buiten — niet als decor, maar als levend erfgoed. In 1959 werd hun verhaal verteld in een toneelstuk, en daaruit ontstonden deze reuzen. Sindsdien zijn ze een deel van de identiteit van Herzele. Erfgoed hoort niet op zolder. Het moet leven. En dat doen de reuzen vandaag, dankzij de inzet van de dorpsraad die er tot de laatste minuut aan gewerkt hebben om hen vandaag te laten schitteren. Geniet dit weekend van de kermis, van het programma van het comité, en vooral: van de huldiging van onze reuzen. Geef hen en vooral de drijvende krachten achter de reuzen straks een warm applaus — dat hebben ze meer dan verdiend. Dank aan iedereen die dit mee mogelijk maakt, en veel plezier op de Stationskermis!”








