E-mail uit Goeferdinge: Het geluk van koeien

1-DSC03373

Column, 22/09/2017 –  Nu onze zomerreizen tot de voltooid verleden tijd behoren, denk ik er standvastig aan. Meermaals per dag zie ik de zomerse landschappen, de mooie natuurgebieden en boeide natuurreservaten, die we deze zomer bezochten terug.

ecolumn uit goeferdinge karel-depelsemaeker-banner

We verbleven deze zomer voor enige tijd in Nederland, Secili ë, Duitsland en Frankrijk. Rondtrekkend met de wagen en al wandelend met een neus voor de natuur, belanden we in verschillende natuurgebieden. In Nederland op de Hoge Veluwe, In Frankrijk, in de streek van de Oise. In Duitsland in het Noordrijn-Westfalen-gebied bezochten we toch wel grote natuurreservaten. In Sicili ë zijn het meer kleine bossen met riviereucalyptussen en oude citrusplantages die tot natuurreservaten geklasseerd zijn.

In het Duitse Bad Berleburg, gelegen in Noord-Rijnland-Westfalen, liepen we zelfs in een reservaat met ‘wisenten’, deze bizonachtige beesten behoren tot een Europese soort oerrunderen. Recent nog verbleven we in het landelijke drielandenpunt Burg-Reuland waar, in de weilanden, zowel in Duitsland als in het G-H-Luxemburg als in Belgi ë, merkwaardige koeienrassen rondlopen.

Wat me vooral is bijgebleven zijn de gebieden waarin zulke runderen en koeien lopen om het terrein op een natuurlijke wijze in stand te houden. Als vanzelfsprekend denk ik hierbij ook aan de natuur- en de landbouwgebieden van onze mooie Vlaamse Ardennen en Pays des Collines. Twee plaatsen die ik als mijn heimat beschouw, waar ook heel wat koeienrassen in rondlopen, en waar we deze zomer ook dikwijls de wandelpaden van betraden.

Indien ik zou moeten kiezen tussen koeien of een regering, koos ik voor koeien. Die doen tenminste iets moois voor het land. Ze houden het gras kort en groen en dat kan je van de meeste overheden niet zeggen. Het werk wordt er zelfs geleverd door immigranten: hooglanders en galloways uit Schotland, blondes d’ Anquitaine en Limousins uit Frankrijk, ook heckrunderen uit Duitsland. Vooral deze laatste gaan nogal grünlich tekeer. Hier bij ons hebben ze plekken in de valleien van de Dender en Schelde, onder hun handen (denk poten) genomen en er kleine savannes van gemaakt die een beetje kunnen wedijveren met de landschappen die we tijdens de vakantie bezochten.

Ik hou van deze stukjes Belgi ë, omdat er geen wandelpaden zijn, geen picknickbanken en geen boompartijen die we per ongeluk voor een stuk bos zou kunnen aanzien. Je mag er op sommige plekken niet eens in om er verplicht van de natuur te genieten. De natuur is hier haar wilde zelf. Zelfs de beesten zien er illegaal uit, zonder gele identiteitsbewijzen in hun oren. Ingeburgerd zijn ze allerminst. Waarom zouden ze? Ze zijn zelf oerburgers, in ieder geval genetisch verwant aan de oerrunderen die tot in de middeleeuwen de dienst uitmaakten in bosgebieden in de Nederlanden.

De gele oorplaatjes zijn voor de bonte braveriken in de weiden, die zich hebben laten inpalmen voor het productieproces. De moderne slavinnen van de zuivelindustrie! Haremdames die zich dagelijks laten bevingeren, vroeger door boeren en boerinnen nu door een duurzame melkmachine, en eens in de zoveel tijd worden verkracht door een vee-inseminator. Intussen houden ze wel, samen met ons zuivelproduct numero uno ‘de mattentaart, ons ansichtkaartenlandschap in stand. Wellicht dromen ze nog eens in hun, meestal, onthoornde koppen van een leuke forse stier?!

‘Wat wilt de koe?’, vraag ik me hierbij dikwijls af, en dan denk ik erbij: ‘Gewoon een gezinnetje, maar dan op zijn koes. Gezellig in een kudde meestappen, met een kalf aan haar zij en een stier in de buurt die af en toe begerig aan haar grote kont snuffelt. Ik heb in m’n jeugd midden van veeweiden gewoond, en daar zag ik het meermaals gebeuren: hoe een koe na het melken met de andere dames terugliep naar de weide, maar plots stil bleef staan... Een paar weiden verder stond een stier, die hartstochtelijk naar haar loeide. Zij loeide terug. Het duurde minutenlang voordat ze haar verlangen kon vergeten en aarzelend verder stapte naar die saaie weide, met al dat saaie raaigras.

Bij wilde grazers gaat dit anders. In de Franse C évennen, onder wat struikgewas, betrapte ik eens een verliefd stel koeien, van het ras Aubrac, dat zich had teruggetrokken. Geduldig stond de stier urenlang af te wachten tot zij zover was. Intussen likte hij haar flanken en drukte zijn natte neus af en toe tegen de hare.

Het geluk is ongelijk verdeeld onder de makers van ons landschap, zeg ik hierbij luidop.

Karel De Pelsemaeker.