Column: Echte rockers overleven Motörhead en Deep Purple

Een ontmoeting: twee oude rockers verdedigen hun helden. Als daar maar geen miserie van komt.

De ingeweken boer verlaat zijn lochting in de Vlaamse Ardennen en gaat op reis. Aan het stationsplein in Leuven staat een lange rij aan te schuiven. Ik geraak er aan de praat met een vergrijsde stoppelbaard die uit dezelfde geboortestad afkomstig blijkt. We hebben mekaar nooit ontmoet want niet alleen ben ik zeven jaar ouder, we leefden ook in aparte kroegen.

Eigenlijk zouden we niet eens met mekaar mogen praten, volgens de gewoonten van die tijd.

 

Hij kwam voor de Motörhead gitarist Phil Campbel en zijn bastaardzonen Todd, Dane en Tyla. Tja,… goed hoor, maar geef mij toch maar Glenn Hughes, ex van Deep Purple, Black Sabbath, Gary Moore en veel meer, die vandaag met zijn eigen band speelt maar ook met Black Country Communion en The Dead Daisies.

“Wist je trouwens (snotneus) dat de frontman van Motörhead (Lemmy Kilmister, rip) ooit als bassist auditie deed voor Deep Purple maar te zwak werd bevonden?”

De oude man slaat terug: “Wedden dat de zaal leeg loopt na het optreden van Phil?”

Er is nog niks veranderd in al die jaren. Wie opgroeide in caf é de Kinks had niks vandoen met die afgeborstelde kindertjes van caf é-taverne De Knoet,… en omgekeerd hadden die jonkies ongetwijfeld een betere smaak en zeden dan die anarchistische ruigzakken uit het boeregat waar we opgroeiden.

Het optreden van Phil Campbel en zijn zonen brengt direct de zaal op temperatuur, al zijn diens eigen nummers allemaal door dezelfde mangel gehaald. Natuurlijk ben ik objectief: het lijkt wel Status Quo op speed en amfetamines. Best goed hoor,… als voorprogramma.

Nee, serieus het is een dijk van een show met jonkies die rond een ouwe zak wervelen.

Met die nuance dat de ouwe heer zijn spruiten nog steeds moeiteloos kan bijbenen en voorbij soleren. Binnenkort volgt trouwens nieuw vinyl. Songs als ‘These old boots’ verdienen meer aandacht. Met ‘Get on your knees’ en ‘Straight up’ tonen Phil en zijn nageslacht dat ze ook kunnen lezen en schrijven.

Het is nog geen supergroep. Born to Raise Hell is daar nochtans geschikt materiaal voor maar dat ze het heldendom in zich hebben tonen ze met een cover van Hawkwing: Silver Machine’ Still feelin’ mean,… do ya wanna ride?

I got a silver machine… gemixed met de ruige gitaarsound van Motörhead.  

De oude mannen vooraan staan klaar om de zaal af te breken. Vooruit dan maar. Als encore spelen ze eindelijk ‘Ace of Spades’ van Motörhead,… en daar hebben de vijftigers gans de avond op gewacht. Voor mij had er ook nog iets uit het klassieke album Bomber mogen bij zijn, dat trouwens niet in mijn collectie ontbreekt. Natuurlijk ben ik een fan,… maar sjjt, niet verder vertellen aan dat jonge grut. Dit had gerust langer mogen duren. (Lees verder…)

Glenn Hughes, bassist, altijd frontman en leadzanger performs classic Deep Purple.

Gelukkig speelt dit ikoon niet gans zijn collectie eigen werk want dan stonden we ’s ochtends tien dagen later nog steeds te genieten van deze academische meester die misschien de pensioenleeftijd voorbij is, maar nog lang niet de houdbaarheidsdatum,… ondanks al de aanslagen op zijn gezondheid.

Glenn Hughes, the guy who came all the way from L.A. to see us.

Hij knalt direct het dak van de zaal met het mythische Stormbringer. Kijk ventje,… zo schrijf je een klassieker. Dit is klassiek,… subliem,… tijdloos. Dan volgt Might just take your Life,… drifting on an empty ocean.

Dit is het laatste concert voor hij terug naar huis gaat.

De band heeft nog goesting. Sail away met lange solo’s, geschreven met David Coverdale, 44 jaar geleden. You keep on moving, far away, every day. Deze tour heeft 2 jaar geduurd en eindigt finaal eind november.

De meester heeft naast zijn goddelijk bewaarde stem eindelijk nog eens zijn wahwah pedaal meegebracht, die hij laatst gebruikte tijdens de California Jam. Je moet al effe mee gaan om dat nog te weten. I do!

Een nummer dat hij ooit schreef met zijn maatje Tommy Bolin (rip), waar hij nog serieel een lief mee deelde, speelt hij op elke show sinds 1976: Gettin’ Tighter, let the band kick back and play,…. gettin’ tighter all the time,… met een vette streep Dance to the Rock & Roll, zoals de fans dat van hem verwachten.

Terwijl ze achter de gordijnen het schuim van hun gezicht vegen en een potje gaan biljarten of zo iets, begint drumgoochelaar Ash Sheehan, met de sticks in de neus aan een oeverloze solo van ritmieke gymnastiek. De tamboer krijgt duidelijk een vrij podium.

Glenn heeft ook een keyboardspeler, Jesper Bo Hansen, mee gebracht uit Kopenhagen en een gitarist, Soren Anderson, die al 12 jaar met Glenn het bordes bestijgt.

Come taste the band,… en nog veel meer.

Tijd voor ouder meesterwerk. In de keuken van Ritchie Blackmore speelde Glenn in 1973 voor het eerst samen met de zwarte meester, elk op een gitaar, de eerste noten van Mistreated,… struck down… since my baby left me,… i’ve been loosing my mind. En dan, zoals we gewend zijn, worden we op het verkeerde been gezet, dit keer met de intro van Lazy om dan direct Smoke on the Water in te zetten. Voor mij hoeft dat niet meer. Dit concert had alles al gegeven. De show nadert zijn einde.

Terwijl een oudere rocker voor mijn neus nog effe op staat, hier vanuit de achterhoede waar rijen fluwelen zetels staan, om te gaan pissen en met een biertje terug komen als excuus.  

Nog heel even gaat de man demonstreren dat hij echt al de hoogste noten kan bereiken met Georgia on my Mind. Straf hoe een bejaarde rocker fris kan klinken alsof het nog steeds 1976 is. De vier muzikanten eindigen in een academische finale van kunnen.

We want more,… en omdat het de laatste show is voor hij naar huis gaat krijgen we nog een boodschap mee : Burn. She didn’t believe she was devil’s perm,… of zo iets,… fans weten beter.

Oh well, one more song, waarbij hij de bas geeft aan een Bastard Son die mee in de finale mag. Highway star. Seffens moeten we nog helemaal via de Brusselse Ring naar huis. Maar we gaan eerst nog naar een caf é,… als excuus.

Epiloog:

Terwijl we de parking betalen staan we naast een glunderende oude heer in mouwloos jeansjasje. Die heeft een drumstick van Young Philty Animal weten te bemachtigen. Ik kijk even in het rond, besef dat hier overal camera’s hangen en feliciteer de bastard dan maar met zijn souvenir. Het is middernacht, tijd om met de arbeid te stoppen. Mijn vrouw haalt de sleutels uit haar tasje: “Komaan, het is nog een uur rijden. Ik heb morgen de vroege”.

Sjarel Klak