De Raad van State heeft de vordering tot schorsing verworpen. Vanaf 1 september 2026 geldt in alle provinciale secundaire scholen van Oost-Vlaanderen een duidelijk en strikt verbod op levensbeschouwelijke kentekens, symbolen of kledij. Het neutraliteitsprincipe wint. Geen hoofddoeken, geen kruisjes, geen keppeltjes, geen andere religieuze uitingen meer tijdens de lesuren.
De Raad oordeelde dat de zes leerlingen en drie vzw’s die schorsing eisten, geen spoedeisendheid konden aantonen. De leerlingen kunnen naar een andere school, de vzw’s toonden geen eigen schade. Technisch correct, maar vooral principieel belangrijk: het provinciaal onderwijs kiest resoluut voor een neutrale omgeving.
Neutraliteit is geen luxe, maar een basisprincipe. Leerkrachten en leerlingen verdienen een omgeving waar ze les kunnen geven en volgen zonder religieuze symbolen die een bepaalde levensbeschouwing uitdragen.
De advocaat van de leerlingen kondigt al een bodemprocedure of een klacht bij het Europees Hof aan. Unia nuanceert: neutraliteit is belangrijk, maar moet evenredig zijn.
Geen religieuze symbolen in de klas
Dit arrest is geen technische formaliteit, het is een principiële keuze. Het provinciaal onderwijs kiest ervoor om religie buiten de klas te houden. En terecht.
Een klaslokaal is geen moskee, geen kerk en geen synagoge. Het is een publieke ruimte waar kennis wordt overgedragen, waar kritisch denken wordt aangeleerd en waar alle leerlingen gelijk behandeld worden. Religieuze symbolen horen daar niet thuis. Allah heeft in de klas niets te zoeken, net zomin als een crucifix, een keppel of een turban.
Wie religieuze symbolen in het klaslokaal toelaat, breekt de neutraliteit van het openbaar onderwijs af. Het creëert druk, zichtbaar of onzichtbaar, en ondermijnt het principe dat de school een plek is waar leerlingen zich primair als leerling en niet als gelovige profileren. Neutraliteit beschermt niet alleen de leerkracht en de school, maar ook de leerlingen zelf – inclusief degenen die geen religie aanhangen of een andere geloven.
Oost-Vlaanderen durft nu een duidelijke lijn te trekken. Andere provincies en onderwijskoepels kijken mee. Het debat over neutraliteit versus individuele godsdienstvrijheid is niet afgelopen, maar de rechter heeft een krachtig signaal gegeven: in het provinciaal onderwijs komt de neutraliteit op de eerste plaats.
Dat is geen aanval op de vrijheid van godsdienst. Dat is de erkenning dat die vrijheid in een publieke onderwijsinstelling haar grenzen heeft. De klas is er voor onderwijs, niet voor religieuze profilering.
Julien Borremans







