Sociale appartementen Reepstraat roepen vragen op: “concentratie van sociale kwetsbaarheid en gettovorming”

Geraardsbergen. Raadslid Jens Rottiers (UP) trok tijdens de gemeenteraad van 30 juni fel van leer tegen het plan van woonmaatschappij Dender-Zuid om 38 appartementen aan te kopen op de voormalige Samtex-site tussen de Reepstraat en de Ezelberg. “Het college ziet dan ook geen aanwijzingen dat dit project een negatieve impact zou hebben op de sociale samenstelling van de buurt”, reageerde schepen Rudi Frederic.

“Dit roept ernstige vragen op. De appartementen geraakten blijkbaar niet verkocht op de private markt. Dit kan misschien te wijten zijn aan de ligging. Wie wil wonen met zicht op de spoorbundel van Geraardsbergen en op de achterkanten van de rijhuisjes in de Reepstraat?”

Troosteloos
Volgens Rottiers ondervinden buurtbewoners nu al hinder van de bouwhoogte van het bestaande project en van de impact op woonkwaliteit, leefbaarheid en de waarde van hun woningen. Hij wees er ook op dat buurtbewoners destijds al de geluidsoverlast van de treinen aan het rangeerstation hadden aangekaart.

“Dit dossier moet ook samen bekeken worden met de verdere ontwikkeling van de Ezelberg”, vervolgde hij. “Waarom zou men daar nog een hele reeks bijkomende appartementen willen ontwikkelen op een locatie waar toekomstige bewoners uitkijken op een parking, een troosteloze beek, de rijwoningen van de Reepstraat en de zogenaamde ‘mooie’ spoorbundel van Geraardsbergen?”

Rottiers linkte het dossier aan de partiële herziening van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (GRS). Daarin wordt opnieuw ruimte gelaten voor hogere bouwvolumes en woontorens op locaties tussen de Reepstraat en de spoorbundel. “Net op diezelfde as dreigt men dus verder te gaan met schaalvergroting op plaatsen waar de woonkwaliteit vandaag al zeer betwistbaar is”, zei hij.

Gettovorming
Hij stelde de vraag of de stad niet opnieuw dezelfde fout dreigt te maken: eerst overbebouwing toelaten op moeilijke locaties, waarna de appartementen moeilijk verkoopbaar blijken en uiteindelijk richting sociale huisvesting gaan. “Zo dreigt sociale kwetsbaarheid geconcentreerd te worden op locaties met beperkte woonkwaliteit.” In een dergelijk geval is de winst gegarandeerd voor de ontwikkelaar, maar worden de lasten wel afgewenteld op de buurt.”

“Hoe zal het college vermijden dat hier een concentratie van sociale kwetsbaarheid en “gettovorming” ontstaat? Welke lessen trekt het college uit dit dossier voor de verdere ontwikkeling van de woontorens en verdichting langs de as Reepstraat-spoorbundel en op de hoek tussen de Oudenaardsestraat en de Stadsweg?” vroeg Rottiers zich luidop af.

“Of is het net de bedoeling dat deze zone volledig wordt ontwikkeld om ze, bij gebrek aan interesse op de private woonmarkt, alsnog over te dragen aan sociale huisvestingsmaatschappijen?

“Dit is geen pleidooi tegen sociale woningen. Het is wel een pleidooi voor een meer doordachte inplanting van sociale woningen op geschikte locaties, met voldoende sociale mix en respect voor de draagkracht van de buurt, in plaats van alles bij elkaar te proppen”, besloot Rottiers.

Sociaal objectief
“Het college is uitermate voorstander van een gezonde sociale mix en een spreiding van sociale woningen. We hebben hier een project met 38 wooneenheden, wat relatief beperkt is en niet beschouwd kan worden als een concentratieproject dat aanleiding zou geven tot sociale kwetsbaarheid of zogenaamde gettovorming”, reageerde Rudi Frederic.

“Bovendien zijn in de onmiddellijke omgeving geen andere gelijkaardige sociale woonprojecten aanwezig die cumulatief een dergelijk effect zouden kunnen veroorzaken. Het college ziet dan ook geen aanwijzingen dat dit project een negatieve impact zou hebben op de sociale samenstelling van de buurt en blijft in overleg met de woonmaatschappij inzetten op een evenwichtige ontwikkeling van het sociaal woonaanbod.”

Daarnaast wordt gewerkt aan een visie sociaal wonen, waarin onder andere zal worden bekeken welke locaties niet geschikt zijn voor sociale woningbouw. “We mogen ook niet vergeten het bindend sociaal objectief dat ons opgelegd wordt van Vlaanderen, waarin wij tegen 2042 209 extra woongelegenheden moeten ontwikkelen. Dat is niet eenvoudig. Hier hebben we een opportuniteit van 38 wooneenheden die iets kunnen bijdragen aan ons bindend sociaal objectief.”

Meerwaardecreatie
Schepen van Ruimtelijke Ordening Stephan De Prez ging in op de ruimtelijke aspecten en de herziening van het GRS. Hij benadrukte dat verdichting moet gepaard gaan met meerwaardecreatie, zowel maatschappelijk als landschappelijk, en wees op de “groenblauwe dooradering” rond de Molenbeek.

Rottiers reageerde dat hij het antwoord apprecieerde, maar bleef vragen stellen bij de visie: “Als je nu al weet dat die appartementen niet verkocht geraken op de private markt, waarom moet daar dan per se verdicht worden?”

Julien Borremans

Lees ook:

Na mislukte private verkoop, 38 appartementen Reepstraat naar sociale huisvesting: ‘Wie wil hier nog wonen?”