Overdracht Landskouterse reuzen Rie en Lea in feestelijk jasje gestopt

Burgemeester Ploegfeesten Noel Minnaert zegt nog eens ferm zijn gedacht

De overdracht van de Landskouterse reuzen Rie en Lea werd op zaterdag 27 juni tijdens La La Landskouter in een heel feestelijk jasje gestopt nadat het comité van de Ploegfeesten aankondigde er mee te stoppen. Gelukkig wordt de erfgoedtraditie verder gezet en krijgt het Landskouterse reuzenkoppel Rie en Lea een nieuw en warm onderdak bij het immer enthousiast ’t Seizoenscafé. Door de loden hitte (zo’n 30 °), het is bloedheet in Landskouter, besloot het comité wijselijk de optocht te cancelen en de plechtigheid te laten doorgaan in de iconische kerk van Landskouter. Met vrolijke muziek van de fanfare ‘Voor God en Vlaanderland’ (een pluim), leuke introductie van de Oosterzeelse bellenman Marc Van Gaver, speech van burgemeester Ploegfeesten Noel Minnaert, voordracht gedichten door Ulrik De Wachter (de drijvende kracht achter ’t Seizoencafé, vrolijk en enthousiast en wat hij ook doet, alles met levenslust), én Erna Tondeleir (geboren en getogen Landskouterse, maakster en bewaarster van de reuzen klederen, het gedicht ‘Landskouter dorp van weleer, het weekte emoties los), tekenen overdrachtsakte en reuzen-dans heerste er letterlijk en figuurlijk een warme sfeer in de kerk van Landskouter. En uiteraard tekende de legendarische ‘champetter’ Daniël De Bruycker en het bestuur van de Ploegfeesten present. De 27 ste juni anno 2026 wordt met de viering van 10 jaar Seizoencafé en de overdracht van de Landskouterse reuzen een historische datum in de dorpsgeschiedenis van Landskouter. De reuzen Rie en Lea  – tijdens hun dans kusjes uitwisselend – ogen nog altijd fraai, met veel dank aan Erna die er jaren voor zorgde dat de reuzen er piekfijn bij liepen. We zijn er zeker van dat voorzitter Ulrik De Wachter en de kopstukken van ’t Seizoenscafé als een pater familias een zorgzame en verantwoordelijke rol zullen blijven vervullen.
We keken uit (en wij niet alleen) naar de speech van burgemeester ploegfeesten Noel Minnaert en waren benieuwd naar wat hij dit keer allemaal uit zijn hoed zou toveren. Noel Minnaert: ‘Aan de ploegfeesten hebben we gelukkig twee uithangborden overgehouden, mijn geesteskinderen Rie en Lea, naar beeld en gelijkenis gemaakt naar de oer- vader en -moeder van de Landskouterse boerengeslachten Hasaert en Callaert. Omdat we zagen dat de boeren fel aan het minderen waren wegens geen opvolging hebben we een ode gebracht aan de laatste overblijvers onder de vorm van de Ploegfeesten. Lands_kouter, het woord zegt het zelf: veel land en kouters met volop boerenbedrijvigheid. Na WO I verdiende hier 70 % van de bevolking zijnen boot (boterham) met of rond de boerenbedrijvigheid. Als embleem schonk ik een ‘Brabander’, een 100 – jarige ploeg die hier op de velden had gewerkt. Onze alom geprezen (ook internationaal) kunstsmid Roger smeedde gratis twee roeken op de staart van de ploeg. De ploeg werd geplaatst boven de Rooberg op een mooi plaatsje, voor eeuwig dachten wij als dankbare herinnering. Helaas kwamen de Ai tijden. Landskouter kreeg nieuwe wegen, gescheiden afwatering, info – en luistersessies, luisteren ja naar alles wat reeds beslist was, het kalf lag er verdronken in. De vele putten bij de wegenwerken waren gevuld maar er was ook een kalf in verdronken en toegedekt, wat zeg ik 1, 3 kalveren verdronken. Met te beginnen de ploeg, niemand wist er iets van, maar plots was de ploeg verdwenen en in verzekerde bewaring gebracht. Na twee jaar kwam de ploeg terug, maar juist op die plaats waar de ploeg stond moest toch verdomme een betonnen plateau gegoten worden voor een op – en afstap van de bus. Geen 5 meter verder of dichter, nee juist op die plaats, ook al stapt er geen mens op of af op die plaats. Nu staat de ploeg een beetje te verkommeren 50 m verder achter een haag en enkele bomen’, speechte de flink op dreef zijnde Noel Minnaert. ‘Jaja: over ratelende kasseien naar de kouter… Er zijn geen boeren meer, er zijn geen ploegen meer, er zijn geen kasseien meer. De erfgoedmoord in Landskouter. Er lag nog een 100 m lang kassei-baantje gelegd in ‘kinderkopjes’ honderden jaren oud. Het was een bocht die blijven liggen was bij de aanleg van de macadam in de jaren ’70. Dit steenweggetje hielp jaren lang Landskouter zijn eigenheid bewaren. Wie er niet moest zijn kwam niet door Landskouter op de ‘Parijs – Roubaix’ stenen, die liepen van de Betsberg tot Lemberge en van aan de kerk tot in Moortsele. Men verkoos de Geraardsbergsesteenweg of de weg Moortsele Merelbeke. Begin jaren ’70 kwam de Ronde van Vlaanderen hier twee jaar na elkaar voorbij en toen  blokletterden de kranten: ‘Wie de hel van Landskouter overwint kan aan Merelbeke station de ‘Ronde van Vlaanderen’ winnen. Moest men in de Vlaamse Ardennen één vierkante meter uitbreken, men steekt je in het cachot. En nee, die kasseien waren niet kapot, een kassei slijt door het jarenlange gerij met ijzeren wielen, er is wel een steeds een goede kant die hergebruikt kan worden in handen van een kasseilegger. En voor het derde verdronken kalf staan we hier op de juiste plaats. Rusten in de Heilige Grond, ja, we mogen hier niet meer rusten. Ver weg van waar de mensen geleefd, gewoond, gewerkt hebben . We kunnen hen rond onze kerk niet meer begroeten, een bloemetje plaatsen,…Een tiental jaren geleden werden oude graven leeggemaakt en ergens naar een gezamenlijke knekelput gevoerd. In het columbarium staan nog kastjes ter beschikking, er is nog plaats op het kerkhof van Landskouter. En als er geen plaats meer is, dat men er make! Het is nog altijd een kerkhof en geen kerkpark met zitbankjes en gemillimeterde grasperkjes. In een hof mag men nog een put graven, een muurtje zetten, in een park niet. Met de stenen van de bankjes kon men een columbarium muurtje metsen en voor het plaatsen van de asurnen in de grond had men echt geen tientallen vierkante meter nodig. Landskouter is in haar ziel getroffen. Wie niets zegt zwijgt, ik heb niet gezwegen maar gezegd’, besloot de bedenker en de geestelijke vader van de destijds vermaarde Ploegfeesten Noel Minnaert zijn speech.  (marcel van de vijver, foto’s Ulrik De Wachter, Filip Michiels, danny de lobelle)