Textielsorteercentrum Kringwinkel verwerkt maandelijks 37 à 50 ton

Geraardsbergen. Het sorteercentrum textiel van de Kringwinkel in Geraardsbergen is een grote industriële hub die voor de meeste mensen onzichtbaar blijft. Hier komt al het ingezamelde textiel uit Zuid-Oost-Vlaanderen binnen om te worden gesorteerd, hergebruikt of verwerkt.

Het centrum, gelegen op de Unalsite in Geraardsbergen, fungeert als centrale verwerkingslocatie voor textiel dat op het ganse grondgebied wordt ingezameld. Naast textiel is er op dezelfde site ook ruimte voor elektro en transport. Dagelijks komen vrachtwagens aan met grote hoeveelheden zakken en containers. In het sorteercentrum werken 30 tot 40 mensen.

“In het sorteercentrum van de Kringwinkel Zuid-Oost-Vlaanderen komt maandelijks tussen de 65 en 75 ton textiel binnen. Dat textiel wordt opgehaald uit textielcontainers. De hoeveelheid schommelt per maand en piekt vooral bij de seizoenswissel van zomer naar winter en omgekeerd, wanneer mensen hun kasten leegmaken”, aldus Sven Haegeman, coördinator bij Kringwinkel Zuid-Oost-Vlaanderen.

Sortering en bestemmingen
Het sorteercentrum werkt met verschillende stromen. Een groot deel van het textiel wordt als “origineel” ongerept doorverkocht, omdat de Kringwinkel de massa niet zelf kan verwerken. Daarnaast wordt een deel zelf verwerkt: maandelijks tussen de 37 en 50 ton, afhankelijk van de periode en vakanties.

Bij de sortering worden twee categorieën onderscheiden: de net iets betere stukken voor de boetiek. De standaardkleding gaat naar de kringwinkels. De kledij die naar de winkels gaat, krijgt een kleurenlintje en blijft er gemiddeld vijf weken hangen. Daarna wordt ze uit de winkel gehaald. Momenteel loopt er een proefproject in Denderleeuw: kledij die haar periode in de winkel heeft gehad, wordt er per kilo verkocht (4 euro per kilo). Dat project loopt zes maanden en moet nagaan of zo de reststroom verder kan worden verkleind.

“Wat niet verkocht kan worden, wordt niet verbrand. De Kringwinkel werkt niet samen met een verbrandingsoven. Kledij van mindere kwaliteit wordt geëxporteerd, onder meer naar Syrië en delen van Afrika. Voor de echte afvalstroom – tussen 5 en 10 ton per maand – moet de Kringwinkel betalen om die te laten afvoeren. Vroeger kregen ze daar nog geld voor, maar dat is nu veranderd”, vult Haegman aan.

De sorteerlijn
Het sorteerproces verloopt in duidelijke stappen. Eerst gebeurt een voorsortering waarbij alles wat geen kleding is (handdoeken, lakens, zwempakken, schoenen, restafval) verwijderd wordt. Daarna komt de kleding op een lopende band.

Langs deze band staan sorteerders die razendsnel de kleding selecteren op seizoen, geslacht, leeftijdscategorie en type (broeken, jurken, T-shirts, sportkleding…). Tegelijk wordt streng gekeken naar de kwaliteit. Alleen kleding die nog mooi, heel en verkoopbaar is, gaat naar de Kringwinkels. Alles met vlekken, kapotte ritsen, ontbrekende knopen of duidelijke slijtage wordt afgekeurd.

“De Kringwinkel hanteert een strenge kwaliteitscontrole. Dit zorgt ervoor dat de winkels een goed imago behouden, maar heeft ook tot gevolg dat een groot deel van het textiel als afval eindigt. Uit deze afvalstroom haalt het naaiatelier ‘t Uniek bruikbare stoffen, vooral jeans en stevige materialen, om er nieuwe producten van te maken”, vertelt Liselotte Klijn, coördinator van ’t Uniek.

Profiel van de werknemers
In het sorteercentrum werken 30 tot 40 mensen. De mensen die in het sorteercentrum en bij ‘t Uniek werken, hebben vaak een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Veel van hen werken via artikel 60-trajecten, een maatregel waarbij personen met een uitkering tijdelijk in dienst worden genomen om hen opnieuw aan het werk te helpen. Het gaat vaak om langdurig werklozen, mensen met een arbeidsbeperking of personen die na een periode van ziekte of andere problemen opnieuw structuur en werkervaring opbouwen.

Liselotte Klijn, coördinator van ‘t Uniek, benadrukt dat veel medewerkers veel begeleiding nodig hebben. “Ze moeten opnieuw leren hoe het is om te werken,” zegt ze. De meeste werken parttime, vaak enkele halve dagen per week, en bouwen langzaam op. Tegelijk is vakmanschap belangrijk, vooral in het naaiatelier: retouches en upcycling moeten netjes gebeuren.

Liselotte Klijn
Liselotte Klijn is de drijvende kracht achter ‘t Uniek. Ze werkt al 5,5 jaar voor de Kringwinkel en heeft een sterke mode-achtergrond. Na studies aan een modeacademie in Nederland en werk bij verschillende modemerken – waaronder Vanilia en Riverwoods – is ze bij de Kringwinkel terechtgekomen. Vanuit het sorteercentrum in Geraardsbergen coördineert ze het upcycling-atelier, waar afvaltextiel een nieuw leven krijgt als tassen, kussens, accessoires en retouches.

Toekomst
Door de sluiting van de fysieke winkel in Brakel wordt het atelier in Geraardsbergen omgevormd tot een combinatie van werkplaats en showroom. Er komt meer focus op B2B (Business-to-Business), dat wil zeggen samenwerkingen met andere bedrijven. Voorbeelden hiervan zijn opdrachten voor bedrijven die restmaterialen – zoals reclamezeilen of oude binnenbanden – willen laten verwerken tot nieuwe, duurzame producten.

Het sorteercentrum in Geraardsbergen toont hoe de Kringwinkel niet alleen tweedehands verkoopt, maar ook actief inzet op circulaire economie én sociale tewerkstelling. Achter de ogenschijnlijk eenvoudige textielcontainer schuilt een complex, arbeidsintensief en waardevol proces.

Julien Borremans