Geraardsbergen. Vlaams Belang voerde tijdens de gemeenteraad van Geraardsbergen scherp oppositie tegen een Arabisch opschrift op het Stationsplein en tegen het geplande Palestijnse solidariteitsbuffet in het Koetshuis. Daarbij wees de partij ook op mogelijke banden tussen de organiserende verenigingen en Palestijnse organisaties met vermeende connecties met het PFLP, dat op internationale terrorismelijsten staat.
Schepen Griet Blaton noemde die vraag terecht. “In de toekomst moeten we dergelijke zaken toch wel eens nakijken”, verklaarde ze. Tegelijk benadrukte het stadsbestuur dat zijn wettelijke mogelijkheden beperkt zijn. Door de vrijheid van taal en cultuur kan de stad anderstalige opschriften niet zomaar verbieden. Het bestuur wil daarom vooral het gebruik van het Nederlands aanmoedigen.
Stad enkel verhuurder
Jens Rottiers wilde weten welke rol de stad speelt, wie over het gebruik van het Koetshuis beslist, welke huurvoorwaarden gelden en of er subsidies of andere ondersteuning worden verleend.
Schepen Rudy Frederic antwoordde dat het Autonoom Gemeentebedrijf (AGB) uitsluitend verhuurder is. De stad en het AGB zijn geen medeorganisator en verlenen geen subsidies. De verhuring verloopt via CC De Abdij en kostte 250 euro. Andere stadsdiensten bieden geen bijkomende ondersteuning.
Frederic verwees naar de Cultuurpactwet, die overheden verbiedt zich te mengen in de inhoud van activiteiten in culturele infrastructuur. “In dit dossier is er geen reden om de verhuur stop te zetten”, aldus de schepen.
Geen screening van mogelijke banden
Sirjacobs vroeg naar de achtergrond van de Steungroep Palestina en Viva Salud. Hij verwees naar mogelijke banden met AWDA, een Palestijnse gezondheidsorganisatie, en naar een rapport waarin AWDA in verband wordt gebracht met het Popular Front for the Liberation of Palestine (PFLP).
Volgens Rudy Frederic was het stadsbestuur niet op de hoogte van een vermeende band tussen AWDA en het PFLP, noch van mogelijke banden tussen AWDA, de Steungroep Palestina en Viva Salud. De stad beschikte volgens hem niet over voldoende informatie om de verhuur in te trekken.
Sirjacobs vroeg hoe het stadsbestuur zou reageren als de Joodse gemeenschap volgend jaar een gelijkaardig solidariteitsbuffet organiseert. Blaton erkende dat dit een terechte vraag was: “In de toekomst moeten we dergelijke zaken toch wel eens nakijken.”
Nederlands als integratie-instrument
Jens Rottiers koppelde het debat aan bredere vragen over integratie, het Nederlandstalige karakter van Geraardsbergen en het gebruik van andere talen in de publieke ruimte. Hij vroeg welke maatregelen de stad neemt om het Nederlands en het Vlaamse karakter zichtbaarder te maken.
Griet Blaton verwees naar het integratieplan Van welkom tot meedoen. Nederlands als kompas naar integratie en samenleving 2026-2031. De stad wil het Nederlands stimuleren, maar kan handelaars op basis van de taalvrijheid niet verplichten uitsluitend Nederlands te gebruiken. Voor onder meer etiketten en gebruiksaanwijzingen gelden wel wettelijke taalvereisten.
Het integratiebeleid wordt uitgebreid naar het stadscentrum en de lokale handelaars. Via babbeltafels kunnen anderstaligen Nederlands oefenen. Winkeliers worden aangemoedigd om Nederlands te spreken en met klanten in gesprek te gaan.
Arabisch opschrift blijft juridisch mogelijk
Ook de Arabische en Engelse opschriften aan een winkel aan het Stationsplein kwam aan bod. Schepen Blaton bevestigde dat de stad contact had opgenomen met de handelaar. Het stadsbestuur was niet gelukkig met de situatie en de handelaar besliste geen nieuw opschrift te plaatsen.
Juridisch blijft de speelruimte beperkt: anderstalige winkelopschriften zijn niet verboden. De handelaar had wettelijk het recht een Arabisch bord te plaatsen. Een wijziging van die regels vereist federale wetgeving.
Johan Sirjacobs reageerde geprikkeld: “Had ik die Facebookpost niet gelanceerd, dan had het bord er nog gehangen.” Dat is de vraag. Nuus bracht als eerste verschillende bijdragen over het incident en ging al meermaals met de handelaar in gesprek (zie link), nog voordat anderen dat deden.
De stad houdt vast aan de geldende verhuur- en taalregels, maar wil sterker inzetten op Nederlandstalige communicatie, overleg met handelaars en integratie.
Intussen blijft de stad geconfronteerd met een forse instroom van nieuwkomers en bredere uitdagingen op het vlak van het Nederlands, de tewerkstelling en de integratie. Ook deze problematiek verdient een breed en diepgaand debat.
Julien Borremans
lees ook:







