E-column uit Goeferdinge: Trekvogels vliegen meestal in V-vorm

1-6okt2009-1

Column, 27/10/2017 –  Het was op de warme woensdag 26 oktober dat ik na 16u een kleine groep wilde ganzen, lawaaierig en in V-vorm, over de velden achter ons huis, richting zuiden zag trekken. Onder ganzen bestaan er verschillende soorten. De groep die ik, op deze toch wel warme herfstdag, zag waren ‘grauwe ganzen’. Dit zijn de directe grootouders van de tamme gans en tevens de grootste van alle soorten. Grauwe ganzen broeden voornamelijk in Scandinavi ë en rond de Oostzee , ook de Baltische Zee genaamd.

ecolumn uit goeferdinge karel-depelsemaeker-banner

De laatste twintig jaar broedt er ook terug een flink aantal in Nederland en in het Zwin. In de winter verblijven er een groot aantal in Spanje, andere grauwe ganzen blijven bij ons en in Nederland. Bij ons zijn er in de herfst en zelfs in de winter altijd grauwe ganzen te vinden in Henegouwen in het Moeras van Harchie, Harchie is een deelgemeente van Bernissart.-

Anderen verblijven, vooral in de herfst en aan het einde van de winter in Zeeland in Nederland.

Over Harchie schreef ik in maart trouwens een tekst voor onze digitale De Beiaard:

https://www.nuus.be/2017/03/29/de-moerassen-van-bernissart-heten-u-in-elk-seizoen-welkom/

Grauwe ganzen zijn goed te herkennen aan hun oranje snavel en roze poten. Bij het vliegen valt hun lichtgrijze kleur op en hun welluidend, nasaal geroep, het bekende klinkend gak-gak, lijkt het meest op het geluid van tamme ganzen.

Vogels vliegen vaak in een V-vorm. Dat doen ze niet omdat het ordentelijk oogt, maar om energie te sparen. Bij een vliegende vogel is de druk onder de vleugel hoger dan de druk erboven. Die lucht wil dus opstijgen en die stuwt de vogel omhoog. Als ze vliegen, ontsnapt de lucht uiteindelijk bij het uiteinde van de puntige vleugel. Daar ontstaat turbulentie, die zorgt voor een zuigende stroom, direct achter de vleugel. Door zich op die plek te positioneren, kan de volgende vogel van die zuiging gebruik maken en net even iets comfortabeler vliegen. Daar komt dan weer een vogeltje schuin achteraan, en zo verschijnt vanzelf die fameuze V-vorm. Het is elk jaar weer een flink eind vliegen naar het warme zuiden, en hoe effici ënter ze dat doen, hoe eerder ze op het strand zijn en hoe eerder ze aan een portie verse scampis of andere soorten garnalen en waterdiertjes toe zijn.

2-2okt2009-1

Zoals ik hierboven al vertelde, nestelen grauw ganzen voornamelijk in het noorden van Europa. Hoe noordelijker op onze planeet, hoe groter het verschil tussen zomer en winter. Het meest extreme gebied is rond de noordpoolgebied met zijn donkere en bar koude winternacht en zijn kortstondige zomer, of het zomerfeest waarbij de zon dag en nacht gaat schijnen. Alles gaat er dan tegelijk beginnen te leven, te groeien en te bloeien. Een gigantisch feestmaal voor vogels, die in staat zijn om er heen te gaan. Het kost een lange gevaarlijke reis, doch daar staat tegenover dat je je nakomelingen geen betere opvoeding kunt geven. Ouders kunnen, de uitgebroede jongen hun snaveltjes, vierentwintig uur van het etmaal vol blijven proppen.

Bij ons in de lage landen is er minder verschil tussen de seizoenen, maar toch voldoende om de insectenproductie op de zomer te concentreren. Van het enige paar wintervliegen en —

vlinders kan een zwaluw, bijvoorbeeld, niet rondkomen. Hij moet terug naar Afrika, waar het hele jaar door wel iets te verorberen valt. Het is niet de koude en ook de hoger niet die deze vogel aanzet tot wegtrekken. Tot de laatste week van oktober is het hier nog best te harden voor hem, maar hij gehoorzaamt aan een inwendige tijdklok. Naarmate de dagen korter worden, verzwakt de voortplantingsdrift en ontwaakt de trekdrift. De kennis van de juiste trekweg is bij zwaluwen, en andere trekvogels, aangeboren. Anders zouden jonge, onervaren vogels nooit de weg naar het winteroord kunnen vinden. Vermoedelijk wordt dat ingebakken reisschema wel aangevuld met terreinkennis, die ze onderweg opdoen. Waarschijnlijk is dat de reden waarom bij veel trekvogels de jonge individuen eerder op weg gaan dan de oudere, bereisde ouders en grootouders: ze hebben meer tijd nodig om er te geraken.

Lang niet alle trekroutes zijn lijnvluchten vanuit Brussels South naar Nairobi. Sommige vogels maken onnodige omwegen. Biologen vermoeden dat deze trektradities ontstaan zijn sedert de laatste ijstijd. Het landijs reikte toen tot halverwege Nederland. Trekvogels, die nu binnen de poolcirkel broeden nestelden toen op de toendra die in Brabant lag. Alle klimaatgordels waren naar het zuiden verlegd, de Sachara was een vrolijk en groen oord met weelderige beekjes. Nadien zijn de klimaatgordels steeds verder naar he noorden verschoven. Een vogelsoort die ooit overwinterde in Kameroen en broedde in de Sachara kan zich vandaag de dag genoodzaakt zien om op neer te pendelen tussen Kameroen en Knokke. Naarmate het wereldklimaat milder werd, zijn zo de trekroutes steeds verder uitgerekt. Bij iedere nieuwe streek die een trekvogel aan zijn broedgebied wist toe te voegen, werd er een nieuw stukje vastgehecht aan de trekweg.

Zo is, bijvoorbeeld, de tapuit, een vogel van kale, droge terreinen; gebieden die op zijn vaderland lijken. Dat was ooit de halfwoestijn ten zuiden van de Sachara. Bij ons bewoont hij duinen, heidevelden en stuifzanden. Deze vinnige vogel is een wereldveroveraar! Door enige millenniums heen heeft hij weten enorme lappen toe te voegen aan zijn broodgebied. Hij is opgerukt naar Europa, en doorgedrongen naar Scandinavi ë. Vandaar overgevlogen naar IJsland. Heeft vervolgens Groenland bereikt om zich tenslotte te vestigen in Canada. Een blik op de landkaart volstaat om te snappen, dat de Canadese tapuitjes het best in Mexico of daar in de buurt kunnen overwinteren. Dat is niet zo ver weg en er zijn geen riskante reizen over zee aan verbonden. Maar ze houden eigenwijs vast aan de trektradities die zijn ontstaan in de loop van de generaties. Vier maanden doen ze er over om over Groenland, IJsland en Europa terug te gaan naar midden Afrika. Wanneer ze daar aangekomen zijn moeten ze bijna alweer terugkeren, opnieuw vier maanden, om in Canada te broeden! Dag trekvogels, nog een goeie en veilige reis toegewenst.

Karel De Pelsemaeker