Nieuwe publicatie over het vierdelig middeleeuws breviarium uit de Sint-Adriaansabdij


De Franstalige benedictijnenabdij Saint-Benoit van Maredsous gaf een werk uit dat we in menig opzicht niet alleen uitzonderlijk en bijzonder waardevol mogen noemen maar ook baanbrekend nieuw. Die publicatie werd rijkelijk geïllustreerd met talrijke nooit eerder afgedrukte prenten en polychrome miniaturen. Ze komen uit het vierdelige 15de-eeuws handgeschreven, perkamenten breviarium (851 folio’s) dat rond 1448 werd besteld door de welvarende Geraardsbergse Sint-Adriaansabdij die het gedurende verscheidene eeuwen zou gebruiken tijdens de erediensten.

Nadat die benedictijnenabdij in 1423 haar relieken van Adrianus in een nieuw, zilveren schrijn had geplaatst, kende de bedevaart naar de Sint-Adriaansabdij een pijlsnelle groei wat een materiële rijkdom voor gevolg had. Die had ze te danken aan de “Adrianusvestels”, de metalen bedevaartinsignes in reliëf, die de pelgrims hier (als scapulier) aankochten. Ze geloofden dat de vestels beschermende eigenschappen hadden en pinden die vast op hun kledij of op de muur van hun huis. Bij hun bezoek aan de abdij kozen rijke pelgrims als de Bourgondische hertogen of de Franse dauphin Lodewijk XI voor gouden of zilveren vestels. “Heiligen uit de Modder In Zeeland gevonden pelgrimstekens” (1987) wees er als eerste op dat er in het laatste kwart van de twintigste eeuw in het verdronken Land van Zuid-Beveland ruim 700 middeleeuwse pelgrimstekens aan de oppervlakte waren gekomen. Meer dan honderd ervan stelden de heilige Adriaan voor, de patroonheilige van de gelijknamige benedictijnenabdij in Geraardsbergen. En in “Heilig en Profaan A contribution to medieval archeology” (1993) kwam prof. dr. A.M. Koldeweij tot de bevinding  dat er, in binnen- en buitenland, minstens 19 verschillende types van die Adrianusvestels bekend zijn. Zonder de geldelijke opbrengst die het massaal bezoek van pelgrims had, zou de abdij dit vierdelig breviarium nooit hebben kunnen bekostigen. De plaatsnaam Geraardsbergen werd minder belangrijk dan die van het pelgrimsoord in de Sint-Adriaansabdij. De Oudenbergstad heette vaak “Sint-Adriaan in Vlaanderen” of “Adrianopolis” (= stad van Adriaan).
Sleutelwerk
Het nieuwe, fraaie document dat elke bibliofiel zal bekoren kan alleen maar worden afgehaald of besteld (15€) in de shop@maredsous.com van de abdij van Maredsous (tel. 082/69 82 82). Een waarschuwing: Nederlandstalige gesprekken met de shop verlopen uiterst moeilijk. Mijn contacten met de abdijwinkel gebeurden uiteindelijk in de taal van … Shakespeare. Dat betekent niet dat de abdij tegen het Nederlands zou zijn. Wel integendeel. De eminente studie verscheen in de beide landstalen
. Zoals we eerder schreven kwam dit fraai boek tot stand nadat vier specialisten de vier volumes gedurende drie jaar hadden bestudeerd en onderzocht aan de KUL in Leuven en aan het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium. Het unieke handschrift onderging er een grondige conserveringsbehandeling. Bovendien werden de vier delen volledig gedigitaliseerd zodat ze gemakkelijker kunnen worden geraadpleegd of bestudeerd zonder gevaar te worden beschadigd. De Koning-Boudewijnstichting en het Fonds Baillet-Latour zorgden voor de subsidiëring. 

Van de vier auteurs is DOM Réginal Poswick (1937), sinds 1955 monnik in Maredsous, al bijna een halve eeuw bezig met de Bijbelstudie en de pc. Hij deed de eerste pogingen om het Breviarium van Geraardsbergen elektronisch op te slaan waarover hij, op uitnodiging van de Filaclub, in mei 1984 in Geraardsbergen een uiteenzetting kwam geven.
Mede door zijn toedoen is het Geraardsbergs Breviarium voor iedereen toegankelijk via de pc. Hij werkte daarvoor drie jaar samen met Lieve Watteeuw, Dominique Vanwijnsberge en Marina Van Bos die zijn gespecialiseerd in de bestudering en het onderhoud van middeleeuwse schilder- en miniatuurkunst. Laatstgenoemden publiceerden ook over de in Geraardsbergen geboren Ghiselbrecht de Mets (1360-1435) die er niet alleen schepen maar ook waard in de herberg “jnden vranxen scilt” werd. Tot in het buitenland verwierf de Mets faam als kopiist die o.m. werkte in opdracht van Filips de Goede en in Parijs ook een werk schreef over Boccacio, geïllustreerd met een paar honderd miniaturen. Volgens prof. R. Lievens zou de Mets ook hebben meegewerkt aan het Geraardsbergse Handschrift, naast het Gruuthusehandschrift een van de belangrijkste middelnederlandse verzamelhandschriften.

 In zijn “Woord Vooraf” geeft Dom Bernard Lorent, abt van Maredsous, een bondige beschrijving: “Het Brevier van Geraardsbergen is niet alleen belangrijk vanwege zijn kwalitatief hoogstaande uitvoering, het is ook een sleutelwerk voor de kennis van de Vlaamse verluchtingskunst van het midden van de vijftiende eeuw. De kopiist heeft zijn werk gesigneerd, en dat in een tijd waarin anonimiteit de regel was. Hij dateerde zelfs een aantal stadia van zijn werk, wat ons toelaat om deel na deel de vordering te observeren van een onderneming met tal van medewerkers. Minstens vijf miniaturisten volgden elkaar op om het manuscript te versieren en te illustreren. Ze waren afkomstig uit hetzelfde artistieke midden, dat vermoedelijk in Gent te situeren is. Tot nu toe werden aan het Brevier van Geraardsbergen slechts enkele, moeilijk toegankelijke wetenschappelijke publicaties gewijd en het is nog maar zelden aan het publiek getoond. Het verdiende zeker een veel grotere zichtbaarheid.” Dat abt Bernard Franstalig is, verraadt hij in de taal die hij hanteert. De rest van het werkje daarentegen is in heel keurig Nederlands geschreven.

Brevier
Een brevier is een bundeling van teksten voor liturgische diensten, hier aangevuld met een liturgische kalender die uitzonderlijk veel aandacht schenkt aan St.-Adriaan, de centrale figuur in de vier volumes en de patroonheilige van de Geraardsbergse benedictijnenabdij. Ieder perkamenten vel meet 34 bij 46 cm en het brevier werd door één scribent, Wilhelmus de Predio, tussen 1448 en 1450 geschreven met een zwanen- of ganzenveer en zwartbruine schrijfinkt. Gemiddeld realiseerde hij drie à vier pagina’s per dag. In de vier volumina treffen we 65 “gehistorieerde” initialen (hooguit ca. 5 bij 5 cm.) aan: hoofdletters die als een miniatuur werden geschilderd. Even mooi  afgewerkt zijn de 58 ronde medaillons die, net als de initialen, een tafereel voorstellen en die we aantreffen in de marges waar ook ranken, tekeningen van draken en andere dieren, bloemen en vruchten (meestal bosaardbeien) voorkomen.

In onze eerste bijdrage drukken enkele fraaie miniaturen af die in de vier manuscripten voorkomen en die zijn geschilderd in een verf op waterbasis.

Bovenaan onze bijdrage vinden we de initiaal B van “Beatus vir qui suffert…” Voor de gevel van de Sint-Adriaansabdij staan drie monniken aan een tafel waarop een priester de relieken van Sint-Adriaan etaleert. Tegenover hen staan vier figuren van wie er één de authenticiteit van de relieken in twijfel trekt… Met een uiterste nauwkeurigheid schildert de miniaturist een uniek en fraai tafereel in Geraardsbergen ca 1450.

Nadat de abdij in 1423 een nieuw zilveren schrijn voor de Adrianusrelieken had aangekocht, kende de ze een pijlsnelle groei als pelgrimsoord. De bedevaarders naar Adrianopolis kochten er lood-tinnen Adrianusinsignes waarvan er momenteel minstens 19 verschillende versies zijn bekend.

Boven de initiaal B staat een “rubriek” (< Latijn “ruber” rood) die de “adventus Adriani” weergeeft: de aankomst van de Adrianusrelieken in Geraardsbergen. In de marge van de folio met de Legenden van de h. Adriaan staan vier medaillons met miraculeuze  tussenkomsten van die heilige.
Rechts boven zien we vier vrouwen, knielend voor het Adrianusretabel, om de heilige te danken voor de wonderlijke redding van een boreling. Ook hier kunnen we spreken van een schitterend miniatuurtje.

Tot slot willen we er hier nog op wijzen dat de auteurs van de nieuwe publicatie een hoofdstukje wijden aan de “Samenstelling van de kleuren” waarin ze achtereenvolgens de diverse kleuren analyseren en de grondstoffen aangeven waarmee ze die samenstelden…Geert Van Bockstaele, dé specialist inzake de Sint-Adriaansabdij, is bijzonder lovend over het pas verschenen boek: “Een streling voor het oog! Wat een verhelderende tekst!”

In onze tweede bijdrage over het middeleeuws breviarium van Geraardsbergen handel ik over enkele profane aspecten in een religieus boek.
Een fraaie tekening van een vrouw zittend op een eenhoorn met in de hand een rood hart. In dit religieus boek komen nog talrijke andere profane, soms ondeugende, tekeningen voor.

Albert Schrever