Veel te lang wachten op inzage dossier en een reglement dat fouten bevat: gouverneur tikt stad stevig op de vingers

Geraardsbergen. Fractieleider en gemeenteraadslid Jens Rottiers (UP) moest bijna twee maanden wachten om het bouwdossier rond Samtex te kunnen inkijken, terwijl het huishoudelijk reglement van de stad tegelijk tegenstrijdig én onduidelijk blijkt. Carina Van Cauter – de gouverneur van Oost-Vlaanderen – laat in duidelijke bewoordingen weinig heel van de aanpak van het stadsbestuur en verklaart de klacht van Rottiers gegrond. “Dit is niet bepaald een opsteker voor de democratische en transparante werking van de gemeenteraad”, reageert Jens Rottiers.

Rottiers diende zijn aanvraag in op 23 december 2025, maar kreeg pas op 13 februari 2026 toegang tot de documenten. Daarmee werd de in het reglement vastgelegde termijn van acht dagen ruimschoots overschreden. “Uit het onderzoek blijkt dat de modaliteiten inzake inzage, zoals bepaald in het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, niet correct werden toegepast”, stelt gouverneur van Oost-Vlaanderen Carina Van Cauter.

Het stadsbestuur verwees naar de omvang van het dossier en de hoge werklast binnen de administratie, onder meer door meerdere schriftelijke vragen en inzageverzoeken, waaronder verschillende van Jens Rottiers zelf. Maar dat argument houdt geen stand. “Hoewel ik begrip heb voor deze context, kan dit niet verantwoorden dat de in het huishoudelijk reglement vastgelegde termijn niet werd nageleefd”, aldus de gouverneur.

Reglement rammelt aan alle kanten
Naast de laattijdige behandeling legt het onderzoek ook structurele problemen bloot in het huishoudelijk reglement zelf. Zo bevat artikel 11 een fundamentele fout die de tekst onleesbaar maakt. In §3 ontbreekt het woord “vraag” in een cruciale zin, waardoor de bepaling grammaticaal en inhoudelijk mank loopt. “Dergelijke onduidelijkheden zijn niet wenselijk in een regeling die de uitoefening van een fundamenteel controlerecht van gemeenteraadsleden organiseert”, benadrukt Van Cauter.

Daarbovenop is het reglement intern tegenstrijdig. Enerzijds moet binnen acht dagen worden meegedeeld waar en wanneer inzage mogelijk is, anderzijds zouden de stukken al gedurende acht dagen vanaf de aanvraag ter beschikking zijn. In de praktijk betekent dit dat de inzagetermijn kan verstrijken nog vóór de aanvrager weet wanneer hij de documenten kan inkijken.

Volgens de gouverneur zorgt dit voor rechtsonzekerheid en bemoeilijkt het de correcte toepassing van het inzagerecht. Het stadsbestuur krijgt dan ook de duidelijke opdracht om het reglement te herbekijken en de tegenstrijdigheden weg te werken.

“Democratisch en communicatief deficit”
Voor Rottiers is het dossier symptomatisch voor een breder probleem binnen het stadsbestuur. “Het strikt naleven van het inzagerecht is fundamenteel voor de goede werking van een gemeenteraad”, stelt hij. Hij wijst ook op andere dossiers waarin communicatie tekortschiet. “Zo wachtte een bejaard koppel in de Verbondenenstraat vijf maanden op een antwoord op een aanvraag voor een parkeerplaats voor personen met een beperking.”

Dat het stadsbestuur dergelijke problemen wijt aan een overvloed aan mails en vragen, noemt Rottiers onaanvaardbaar. “Dat wijst op een democratisch en communicatief deficit. Het is de fundamentele opdracht van een gemeentebestuur om de democratische besluitvorming in goede banen te leiden en voor transparante communicatie te zorgen.”

Met de duidelijke tik op de vingers van de gouverneur wordt het stadsbestuur niet alleen geconfronteerd met een laattijdige dossierbehandeling, maar ook met fundamentele tekortkomingen in zijn eigen regels en werking.

Julien Borremans