Reactie Kurt Moens op uitspraak rechtbank in hoofddoekenkwestie leerkracht: “Geen discriminatie”
Vandaag deed de rechtbank uitspraak in een geschil tussen het provinciebestuur en een leerkracht van het provinciaal onderwijs. Het provinciebestuur startte een interne tuchtprocedure omdat de leerkracht weigerde haar hoofddoek af te zetten. Die laatste stapte daarop naar de rechtbank omwille van vermeende ‘discriminatie’. De rechtbank stelde de klagende leerkracht vandaag echter in het ongelijk.
Het Oost-Vlaamse provinciebestuur stelt vanaf 1 september dit jaar een levensbeschouwelijke neutraliteit in voor alle leerlingen in het provinciaal onderwijs. Voor de leerkrachten geldt die verplichte neutraliteit echter al langer. Een leerkracht die weigerde zich daarbij neer te leggen werd door haar werkgever – het provinciebestuur dus – daarop gesanctioneerd.
Kurt Moens (N-VA), eerste gedeputeerde bevoegd voor Onderwijs: “Het klopt dat wij op een bepaald moment hebben vastgesteld dat de dame in kwestie weigerde om haar hoofddoek af te nemen tijdens het uitvoeren van haar onderwijstaken. Nochtans stelt ons reglement heel duidelijk dat van het personeel die neutraliteit gevraagd wordt. Nadat verschillende gesprekken hebben plaatsgevonden, bleef mevrouw volhaarden in de boosheid. Wij hebben daarop – zoals eveneens voorzien in onze reglementen – een tuchtprocedure opgestart.”
De betrokken leerkracht startte daarop een procedure in kortgeding bij de burgerlijke rechtbank in Gent wegens ‘discriminatie’ vanwege het provinciebestuur. Eerder werd ook klacht ingediend bij het Vlaams Mensenrechten Instituut (VMRI) dat effectief stelde dat het om discriminatie zou gaan. De burgerlijke rechtbank volgt die interpretatie echter niet.
Kurt Moens: “Wij hebben altijd gezegd dat de uitspraak van het VMRI genomen werd vanuit een zeker ideologisch standpunt en bovendien slechts een niet-bindend advies betrof. Dat blijkt vandaag nog maar eens bevestigd nu ook de burgerlijke rechtbank oordeelt dat er van discriminatie absoluut geen sprake is. Meer zelfs: dat wij absoluut recht in onze schoenen staan wanneer wij dergelijke neutraliteit willen bewaken binnen onze organisatie. Dit is reeds de tweede keer op korte tijd dat wij door de rechtbank in het gelijk worden gesteld in dergelijke neutraliteitskwesties. Dat sterkt ons dan ook om op het ingeslagen pad verder te gaan.”
De leerkracht in kwestie werd door de rechtbank niet alleen in het ongelijk gesteld, maar draait bovendien ook op voor de gerechtskosten.








