Na mislukte private verkoop, 38 appartementen Reepstraat naar sociale huisvesting: ‘Wie wil hier nog wonen?”

Geraardsbergen. De 38 appartementen van het Samtex-project tussen de Reepstraat en de Ezelberg worden verkocht aan Woonmaatschappij Dender-Zuid. Dat bevestigt communicatiemanager Mieke Dobbenie. Het nieuws zorgt voor onrust in de buurt en leidt tot scherpe vragen van Jens Rottiers (UP) over sociale mix, woonkwaliteit en de toekomst van de Ezelberg. Rottiers heeft het over “concentratie van sociale kwetsbaarheid op locaties met beperkte woonkwaliteit”.

De BVBA “Algemene Bouwwerken Francois Vanderstockt” verkocht het perceel enkele jaren geleden aan de NV Samtex. De koopprijs bedroeg 840.000 euro. Volgens het kadaster ligt het terrein deels in woongebied en deels in gebied voor gemeenschapsvoorzieningen. Het is deels overstromingsgevoelig en maakt deel uit van de historische stadskern (archeologische zone).

Sociale huisvesting
Samtex diende plannen in voor de realisatie van 38 appartementen, inclusief een ondergrondse parkeergarage en een nieuwe ontsluitingsweg met groenzone. Op 5 oktober 2020 keurde de gemeenteraad van Geraardsbergen het tracé en de rooilijn van de nieuwe weg en groenaanleg goed.

Intussen zijn er reeds 19 appartementen gebouwd, maar is er nog geen enkel verkocht. De appartementen van het Samtex-project in de Reepstraat staan momenteel niet te koop op de private markt. Er circuleren al geruime tijd geruchten dat Samtex het perceel heeft doorverkocht aan een sociale huisvestingsmaatschappij. Dit wordt nu bevestigd door Woonmaatschappij Dender-Zuid. “Het klopt inderdaad dat we 38 appartementen gaan aankopen en het klopt dat dit gaat om de appartementen tussen de Reepstraat en de Ezelberg”, zegt Mieke Dobbenie.

Scherpe vragen van Jens Rottiers
Jens Rottiers (UP) heeft hierover enkele bedenkingen en zal tijdens de komende gemeenteraad van 30 juni hierover vragen stellen aan het stadsbestuur: “Deze appartementen geraken blijkbaar moeilijk verkocht op de private markt. Dit kan wel eens te wijten zijn aan de ligging van deze appartementen. Wie wil wonen met zicht op de spoorbundel van Geraardsbergen en op de achterkanten en koterijen van de Reepstraat?” vraagt Rottiers zich af. Volgens hem is de vraag naar appartementen in deze zone zo goed als onbestaande.

Hij vreest dat de stad opnieuw dezelfde fout dreigt te maken: “Eerst te veel appartementen toelaten op moeilijke locaties, waarna die moeilijk verkoopbaar blijken en uiteindelijk richting sociale huisvesting gaan.” Dit zou kunnen leiden tot een concentratie van sociale kwetsbaarheid op locaties met beperkte woonkwaliteit.

Rottiers stelt onder meer volgende vragen: “Hoe zal het college vermijden dat hier een concentratie van sociale kwetsbaarheid en gettovorming ontstaat? Welke lessen trekt het college uit dit dossier voor de verdere ontwikkeling van de Ezelberg en voor de partiële herziening van het GRS? Of is het net de bedoeling dat deze zone volledig wordt ontwikkeld onder het mom van ‘private woonontwikkelingen’, om ze bij gebrek aan interesse alsnog over te dragen aan sociale huisvestingsmaatschappijen?”

Hij benadrukt dat dit geen pleidooi is tegen sociale woningen: “Het is wel een pleidooi voor kwaliteitsvolle sociale woningen, op goed gekozen locaties, met voldoende sociale mix en respect voor de draagkracht van de buurt.”

Beleid van sociale mix
In Vlaanderen is er sinds de jaren 2000 een duidelijke beleidsverschuiving naar het verspreid bouwen van sociale woningen om segregatie tegen te gaan. Grote concentraties uit het verleden leidden vaak tot concentratie van armoede en sociale problemen. Het huidige beleid stimuleert kleinere clusters binnen bestaande wijken om een betere sociale mix te bevorderen.

Het dossier Reepstraat illustreert de spanning tussen private ontwikkeling, een gebrek aan duidelijk beleid, woonkwaliteit en de nood aan sociale huisvesting in Geraardsbergen. De vraag is wat Woonmaatschappij Dender-Zuid met deze appartementen gaat aanvangen.

Julien Borremans