Wat is de ware missie van het onderwijs? Dat is veel meer dan de loutere overdracht van wetenschap en brede kennis. Het gaat om het bijbrengen van normen en waarden, het identificeren van talenten, het triggeren van nieuwsgierigheid en het aanmoedigen van dromen, met het besef dat geoptimaliseerd talent altijd vraagt om inspanning.
Onze liberale grondwet – een product van tweeduizend jaar beschaving – garandeert zowel de vrijheid van godsdienst als de vrijheid van onderwijs. Volledig terecht. Alleen bestaan die rechten nooit in een vacuüm; ze gedijen enkel in symbiose met alle andere grondwettelijke vrijheden en onschendbaarheden.
Hoewel de scheiding tussen kerk en staat niet expliciet in de grondwet is gegoten, is dat principe diep verankerd en gedragen door de overgrote meerderheid van de bevolking. Samen met de absolute gelijkheid van alle burgers vormt dit de belangrijkste pijler die onze georganiseerde democratie afbakent. Ieder compromis met deze essentiële checks and balances is onaanvaardbaar en impliceert een regelrechte beschavingsterugval.
De actuele zaak rond leerkracht Hadija Amajoud brengt dit debat opnieuw in alle scherpte naar voren. Los van het juridische kader wist de dame in kwestie drommels goed dat haar houding onverzoenbaar was met het geldende personeels- en schoolreglement. Wie op vrijwillige basis toetreedt tot een organisatie, aanvaardt de regels of blijft er buiten. Dat de socialistische vakbond ACOD er nu voor kiest om haar verdediging op te nemen en het ontslag aan te vechten, verandert niets aan de essentie van de zaak. Een vakbond mag zich dan wel beroepen op statutaire bijstand bij tuchtprocedures, het principiële vraagstuk blijft overeind.
Bovendien roept de maatschappelijke mobilisatie rond deze zaak vragen op. Is het niet opmerkelijk hoe verschillende groepen plots schijnbaar ‘spontaan’ samentroepen om actie te voeren tegen dit ontslag? Of moeten we daarin eerder een georganiseerde strategie zien om de neutraliteit van het openbaar onderwijs stapsgewijs onder druk te zetten?
Bovendien is de hoofddoek immers meer dan een loutere affirmatie van het behoren tot een welbepaalde geloofsgemeenschap. Het blijft een attitude met een politieke boodschap, volstrekt niet compatibel met het gevecht van eeuwen om te komen tot een maatschappij die ontegensprekelijk performanter, democratischer én een bron van duurzaam welzijn is ten opzichte van systemen waar religieuze dogma’s al evenveel eeuwen de politiek beheersen. Het opdringen van dergelijke religieuze en politieke symbolen in het openbaar onderwijs vormt dan ook geen verrijking of aanvulling van onze democratische waarden, maar wel een sluipende uitholling ervan.
En dus, Mevrouw Amajoud, indien u in het gemeenschapsonderwijs of het provinciaal onderwijs aan de slag wil – en ik neem aan dat u een uitmuntende leerkracht kan zijn –, dan doet u dat binnen het normatieve raamwerk van die organisatie, of simpelweg niet. Leerkrachten hebben immers een uitgesproken rolmodelfunctie. Een opvallend religieus of politiek symbool voor de klas oefent een onmiskenbare aanzuigkracht uit op jonge, beïnvloedbare kinderen die hun leerkracht spiegelen en bewonderen. Wat zou immers de reactie zijn van kinderen uit moslimgezinnen wanneer een leerkracht ostentatief een davidster, een keppel of een kruis zou dragen? En dan hebben we het nog niet over de omstandigheid dat dit gaat over een lagere school in het buitengewoon onderwijs — onze meest kwetsbare kinderen, die recht hebben op een volstrekt neutrale en veilige leeromgeving.
Een democratie die onder druk staat van sociale dynamieken die de gegarandeerde vrijheden misbruiken om ze net uit te hollen, heeft niet alleen het recht, maar de verdomde plicht om zich te verdedigen. Dat zijn we verplicht aan de honderden generaties die gevochten en hun leven gegeven hebben voor een absoluut seculiere staat. Neen Mevrouw, u verpersoonlijkt geen vooruitgang, maar wel een beschavingsterugval. En wie u hierin steunt zijn valse profeten.







